-
Grootste kraammarkt in Wilhelmina Ziekenhuis Assen
Tweet
Geplaatst op 21 mei, 2013 Geen reactieOp zaterdag 1 juni aanstaande vindt in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen voor de zevende opeenvolgende keer de grootste kraammarkt van het Noorden plaats. Op de kraammarkt zijn onder andere kinderopvang- en kraamorganisaties en borstvoedingsdeskundigen aanwezig. Daarnaast zijn er stands met diverse (cadeau)producten voor zwangeren, jonge moeders en baby’s, maar ook voor
(toekomstige) vaders, opa’s en oma’s.De kraammarkt van het WZA is in afgelopen zeven jaar uitgegroeid tot hét kraamevenement van het Noorden, met een grote verscheidenheid aan standhouders. Voor zwangere vrouwen en jonge ouders zijn er veel stands met producten voor baby’s, informatie over kinderopvang, geboortekaartjes en babymassage. Verder zijn onder meer kraamorganisaties en borstvoedingsdeskundigen op de kraammarkt aanwezig. Voor grootouders en overige geïnteresseerden zijn er natuurlijk ook weer veel stands met cadeautjes, knuffels en babykleertjes.
Afwisselend
Net als vorig jaar zijn er circa vijftig standhouders, die allen een mooie plek krijgen in de centrale hal van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Heleen Schuringa en Ineke Bakker, beiden werkzaam op de kraamafdeling van het WZA, hebben vanaf 2007 de organisatie van de kraammarkt op zich genomen. “Het belooft weer een afwisselende markt en een gezellig dagje uit te worden”, zeggen de twee enthousiast. “En de toegang is zoals elk jaar gratis.”Waar en wanneer
De kraammarkt vindt plaats op zaterdag 1 juni van 10.30 uur tot 15.30 uur in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen, Europaweg-Zuid 1. De toegang is gratis. -
Verhoogde kans op blijvende ontwikkelingsproblemen bij matig te vroeg geborenen
Tweet
Geplaatst op 10 mei, 2013 Geen reactieKinderen die 4 tot 8 weken te vroeg worden geboren, hebben meer kans op ontwikkelingsproblemen dan eerder werd gedacht.
Dit blijkt uit de Pinkeltje-studie die UMCG-kinderarts en neonatoloog Jorien Kerstjens heeft opgezet. “Zo’n 7% van alle kinderen in Nederland wordt te vroeg geboren en het overgrote deel daarvan (70-85%) valt in deze groep,” vertelt Kerstjens. “Het is een ‘vergeten’ groep die helemaal geen extra ontwikkelings-follow-up krijgt binnen de kindergeneeskunde, in tegenstelling tot kinderen die meer dan acht weken te vroeg worden geboren, de ‘echte’ prematuren.” Kerstjens pleit voor meer bewustwording van het risico op ontwikkelingsproblemen bij matig te vroeg geborenen omdat juist in deze laatste fase van de zwangerschap nog zo’n 35% van de hersenontwikkeling plaatsvindt. Kerstjens promoveert op 13 mei 2013 aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Kerstjens vergeleek de ontwikkeling van matig te vroeg geboren kinderen met die van op tijd geboren kinderen en ernstig-vroeggeborenen (minder dan 32 weken zwangerschap). Op vierjarige leeftijd vond zij bij 8,3% van de matig te vroeg geboren kinderen ontwikkelingsproblemen, twee keer zoveel als bij op-tijd geboren kinderen. Bij ernstig-vroeggeborenen kwam dit voor bij 14,9% van de kinderen. Op zevenjarige leeftijd scoorden de matig te vroeg geboren kinderen in vergelijking met op-tijd geborenen minder goed qua IQ, ontwikkeling van visueel-ruimtelijke vaardigheden zoals puzzels leggen, aandacht, en selectief kunnen focussen op wat belangrijk is.
“Lang werd gedacht dat het altijd wel goed zou komen met de ontwikkeling van matig te vroeg geboren kinderen, maar mijn onderzoek laat zien dat er bij een deel van deze kinderen wel degelijk sprake is van een langdurige ontwikkelingsachterstand”, aldus Kerstjens.
Exponentieel
Hoe eerder de kinderen worden geboren, hoe groter het risico op ontwikkelingsproblemen is, stelde Kerstjens vast.
“We denken dat het komt doordat de hersenen van het kind zich in belangrijke mate in het laatste trimester van de zwangerschap ontwikkelen. Een te vroeg geboren kind heeft vaak al meer problemen gehad die samenhangen met de moederkoek, komt na de geboorte in een couveuse, krijgt andere voeding en heel veel prikkels die bij het uitdragen van de zwangerschap niet waren opgetreden. Daardoor ontwikkelen de hersenen zich anders dan kinderen die voldragen zijn.”
Kerstjens vindt dat er meer aandacht moet komen voor deze risico’s bij de besluitvorming om een kind eerder geboren te laten worden.
Factoren
Een aantal bekende factoren vergroot zowel het risico op vroeggeboorte als ook op ontwikkelingsachterstand na matige vroeggeboorte. Kerstjens noemt roken tijdens de zwangerschap en overgewicht van de moeder. “Ook meerlingen worden vaker te vroeg geboren. Het gebruik van zwangerschapstechnieken zoals IVF bij verminderde vruchtbaarheid leidt vaak tot meerlingen. Indirect is mijn onderzoek een pleidooi voor vrouwen om op tijd kinderen te krijgen,” stelt Kerstjens.
Maatschappelijk belang
Volgens Kerstjens steken we nu veel energie in de begeleiding van kinderen die meer dan acht weken te vroeg worden geboren. “Dat blijft belangrijk, maar we zouden ook meer moeten doen voor de matig te vroeg geboren kinderen. Het maatschappelijk belang om die groep beter te controleren en te begeleiden is heel groot, in feite veel groter dan voor de veel te vroeg geboren kinderen.” In absolute zin zijn er in Nederland op de leeftijd van 4 jaar minstens twee keer zoveel matig te vroeg geboren kinderen als veel te vroeg geboren kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Kerstjens denkt dat meer begeleiding in de eerste vier jaar deze kinderen betere kansen in hun leven kan geven. Wereldwijd ziet Kerstjens ook meer aandacht komen voor matig te vroeg geborenen.
Curriculum Vitae
Jorien Kerstjens (Zwijndrecht, 1962) studeerde Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij volgde de opleidingen tot kinderarts, werkte 10 jaar als algemeen kinderarts, en volgde daarna alsnog de opleiding neonatologie in het Beatrix Kinderziekenhuis UMCG in Groningen en de Isala Klinieken in Zwolle. Deze unieke combinatie maakte dat zij geïnteresseerd raakte in de ontwikkeling van matig te vroeg geboren kinderen en de Pinkeltje-studie opzette. Hierin worden verschillende aspecten van de ontwikkeling van matig te vroeg geboren kinderen onderzocht. De Pinkeltje wordt gefinancierd door het Beatrix Kinderziekenhuis UMCG, de Cornelia-Stichting, het A. Bulk Jeugdgezondheidszorg Onderzoeksfonds, de Hersenstichting Nederland, FrieslandCampina, Friso Nederland, Abbott en Pfizer Europe. Kerstjens verrichtte haar promotieonderzoek bij de afdeling Neonatologie van het UMCG onder begeleiding van prof. dr. A.F. Bos, en prof. dr. S.A. Reijneveld en dr. A.F. de Winter van de afdeling gezondheidswetenschappen. De titel van haar proefschrift is “Development of moderately preterm-born children.”
Bron: UMCG
-
Nieuw Snor-boek: ‘Babyplakboek’ voor baby’s 1e jaar
Tweet
Geplaatst op 7 mei, 2013 Geen reactieHet eerste jaar van de baby is zo bijzonder. Maar ook zo weer voorbij. Om niks te vergeten (en dat is geen sinecure met een lichaam vol hormonen en een hoofd als een zeef), brengt Uitgeverij Snor een Babyplakboek op de markt. Een invul-, dag- en plakboek vol met de juiste vragen en veel ruimte om te plakken en te schrijven. De prachtige illustraties van Caroline Ellerbeck maken het boek helemaal áf.
De eerste tandjes, de eerste stap, de gebroken nachten. Jonge ouders kunnen het vanaf nu allemaal bijhouden in ‘Babyplakboek’.
Naast de invul- en kijkpagina’s vind je iedere week informatie over de ontwikkeling van de baby. En zitten er twaalf uitknippostertjes in het boek om op de babykamer te hangen. ‘Babyplakboek’ verschijnt op 10 mei bij Uitgeverij Snor. Voor wie niet in het boek niet wil snijden, zijn de postertjes ook los te bestellen in de webshop van Uitgeverij Snor.De makers
Caroline Ellerbeck, bekend van onder andere Flow en haar eigen merk, verzorgde de illustraties. Auteur Gerard Janssen schreef de informatie over de ontwikkeling van de baby. Als auteur voor Uitgeverij Snor van verschillende bestsellers als ‘Zwangerschapsboek voor mannen’ en ‘Dochters!’, is hij hiervoor de perfecte (ervarings)deskundige.Over Uitgeverij Snor
Uitgeverij Snor is een jonge uitgeverij die slimme, speelse en mooi vormgegeven boeken uitgeeft die leuk zijn om te lezen en nog leuker zijn om te krijgen.Titel: Babyplakboek
Ondertitel: …’s eerste jaar
Auteur: Gerard Janssen
Illustraties: Caroline Ellerbeck
ISBN: 978-90-79961-46-7
Aantal pagina’s: 112
Formaat: 210 x 297 mm
Prijs: € 17,50
Verschijnt: 10 mei 2013 -
Ook het boek ontvangen en een recensie schrijven? Wensmoeder: ‘Een vriendin droeg mijn kind’
Tweet
Geplaatst op 29 april, 2013 Geen reactieNanda Broer wist het als kind al: ze wilde dolgraag moeder worden. Maar steeds als ze in verwachting raakte verloor ze haar kind. De laatste keer, de vierde, verloor ze haar zoon Ruben en ook bijna haar leven.

Toen kwam hulp uit een ongebruikelijke en onverwachte hoek – haar vriendin Tineke bood aan om Nanda’s kind voor haar te dragen. Daarmee dook Nanda in een wereld die even hoopvol als hopeloos ingewikkeld is.
“Tineke blijft tegen me praten terwijl ze zacht mijn trillende hand streelt. ‘Nanda, nu is het afgelopen, nu is het echt genoeg. Ik kan iets wat jij niet kunt en ik wil graag jullie kindje voor je dragen”
Wensmoeder is een krachtig en inspirerend verhaal over het lot, doorzettingsvermogen en in het geloof in je eigen dromen.

Wensmoeder – Nanda Broer – 9789401600668 – €17,95 – april
Wil jij het boek ontvangen en een recensie schrijven? We mogen hiervoor 3 exemplaren beschikbaar stellen onder onze bezoekers. Mail je NAW gegevens voor 30 mei naar carla@babytjes.nl onder vermelding van “Wensmoeder” -
maandag 6 mei a.s. weer een informatieavond voor zwangeren
Tweet
Geplaatst op 29 april, 2013 Geen reactieBen je zwanger en wil je bevallen in het Flevoziekenhuis of heb je nog geen keuze kunnen maken? Dan is er de gratis informatieavond: “Hoe bevalt het in het Flevoziekenhuis?”

Je krijgt uitleg over de bevalling in het ziekenhuis en een rondleiding op de kraamsuites. Tevens krijg je informatie over:
- de mogelijkheden van pijnstilling tijdens je bevalling
- borstvoeding of flesvoeding voor je pasgeboren baby
- uitleg over de couveuseafdeling (neonatologie)
Keizersnede
Voorafgaand aan deze informatiebijeenkomst kun je informatie krijgen over een keizersnede. Dit vindt plaats van 17.45 tot 19.30 uur.
Informatieavond voor zwangeren
- Voor alle zwangere vrouwen en hun partners.
- maandag 6 mei 2013, 19.30 – 21.30 uur.
- Locatie: Auditorium (2e verdieping) van het Flevoziekenhuis.
- Aanmelding is gewenst: afdeling Verloskunde, telefoonnummer (036) 868 8852.
- Meer informatie vind je op de website
De volgende informatieavond vindt plaats op maandag 3 juni 2013.
-
Zorgverleners onvoldoende toegerust voor zwangerschap na babysterfte
Tweet
Geplaatst op 29 april, 2013 Geen reactieAltijd een kind te kort
Zorgverleners zijn nu nog onvoldoende toegerust om vrouwen in een zwangerschap na het overlijden van hun baby te begeleiden. “Invoelend vermogen, goede communicatie en kennis over de impact van rouw zijn absolute verbeterpunten”, zeggen moeders die een baby verloren in het handboek ‘Altijd een kind te kort’ van Jeannette Rietberg, dat op 25 april jl. is verschenen. Rietberg, die zelf haar eerste baby kort na de geboorte verloor, interviewde lotgenoten en beschreef daarnaast de medische kant van een zwangerschap na babysterfte met gynaecoloog Maria Pel, die talrijke moeders begeleidde die dit hebben doorgemaakt. Het boek is bedoeld voor ouders maar ook voor zorgverleners.
Zwangere vrouwen die een baby hebben verloren, hebben intensieve psychomedische zorg nodig, bij voorkeur van een multidisciplinair team. Hun zwangerschap gaat gepaard met angst en stress. Ook zorgverleners moeten ondersteund worden, aldus Rietberg en Pel. Zij leven vaak met mythen, bijvoorbeeld dat een nieuwe zwangerschap de rouw om een eerder overleden baby zal ‘genezen’. Of dat de ouders na een zekere tijd over het verlies heen zijn gekomen. Daarnaast schiet de communicatie met zorgverleners soms tekort. Zij gebruiken jargon, zoals ‘verlies van de foetus’ of ‘intra-uteriene vruchtdood’. Daarmee ontkennen ze het bestaan van een geliefd kind, aldus Rietberg en Pel.
Altijd een kind te kort is een handboek voor ouders die na een babysterfte opnieuw zwanger zijn. Het belicht de medische, psychische, sociale en emotionele aspecten van een nieuwe zwangerschap, die meer dan anders gepaard gaat met angst, onzekerheid en verdriet om het verloren kind. Altijd een kind te kort geeft ouders adviezen om zelf de regie in handen te houden, in samenspraak met hun zorgverlener, en biedt inzicht in de impact van rouw na het verlies van een baby. Het boek is gepresenteerd op het symposium ‘Altijd een kind te kort’ Zorg(en) na perinatale sterfte op 25 april jl. in Ede.
Drs. Jeannette Rietberg is auteur, onderzoeker en deskundige op het gebied van sterfte rond de geboorte. Zij geeft lezingen en gastcolleges over dit onderwerp. Zij zet zich in voor verbeterde zorg, meer onderzoek en het bespreekbaar maken van de impact van rouw en verlies na babysterfte.
Dr. Maria Pel is als gynaecoloog/perinatoloog verbonden aan het AMC in Amsterdam. Zij heeft ruim dertig jaar ervaring in de verloskunde in een academisch ziekenhuis, en met de begeleiding van risicozwangerschappen.
Altijd een kind te kort
Handboek bij zwangerschap na babysterfte
Jeannette Rietberg in samenwerking met dr. Maria Pel, gynaecoloog
ISBN 9789072219831
Uitgeverij Thoeris, Amsterdam
Gebonden, in kleur, 288 blz.
-
“Weg met verbod op gekweekte embryo’s voor wetenschap”
Tweet
Geplaatst op 27 april, 2013 Geen reactieAfscheid Joep Geraedts, hoogleraar Genetica en Celbiologie
Het verbod op het kweken van menselijke embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek moet zo snel mogelijk van de baan. Dat vindt hoogleraar Genetica en Celbiologie Joep Geraedts, die op 26 april afscheid neemt van de Universiteit Maastricht. Aan alle voorwaarden voor opheffing van het verbod is voldaan: het maatschappelijk draagvlak is toegenomen, er zijn steeds meer landen waar het verbod is opgeheven en de behoefte aan researchembryo’s is nog steeds aanwezig. De grondlegger van de afdeling Klinische Genetica van het azM, het enige Nederlandse ziekenhuis waar embryoselectie plaatsvindt, blikt in zijn afscheidsrede terug en probeert nog één keer de aandacht te vestigen op deze kwestie.
Zowel op het gebied van de klinische genetica als dat van de menselijke voortplanting zag Joep Geraedts de afgelopen dertig jaar een ongekende vooruitgang. “Het ontrafelen van de oorzaak van veel erfelijke aandoeningen heeft zich ontwikkeld van het spreekwoordelijke zoeken van de speld in een hooiberg naar de analyse van de volledige encyclopedie van het erfelijke materiaal, en dat ook nog eens voor een acceptabele prijs”, zegt hij in zijn afscheidsrede ‘Afscheid van dezen en genen?’.
Dankzij de kennis van het humane genoom is er aan het begin van de 21e eeuw een enorm optimisme ontstaan over de bijdrage die deze wetenschap kan bieden bij tal van vragen op het gebied van de gezondheidszorg. De nieuwe genoomkennis maakt het mogelijk om bijvoorbeeld de hielprikscreening van baby’s uit te breiden, of de screening voor en tijdens de zwangerschap. Ook wordt er veel verwacht van de mogelijkheid om in de toekomst te kunnen voorspellen of een bepaald medicijn zal aanslaan bij een bepaalde persoon, op basis van genetische toetsing.
Geraedts mengde zich regelmatig in het debat op tv en in de gedrukte media, zoals in 2008 bij de discussie over embryoselectie met het oog op borst- en eierstokkanker. En nog steeds zijn er zaken die verbeterd kunnen worden. “Je mag bijvoorbeeld wel embryo’s gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek die overschieten bij behandeling, maar je mag ze niet kweken. Ik hoop dat de politiek nu eindelijk inziet dat voordat je iets gaat toepassen in de zorg, er eerst zorgvuldig onderzoek nodig is. De wetenschappelijke behoefte is groot en het maatschappelijk draagvlak groeit. Het verbod moet overboord.”
-
UMC Utrecht start campagne eicel- en spermabank
Tweet
Geplaatst op 23 april, 2013 Geen reactieHet UMC Utrecht start vandaag met de campagne ‘Gezocht: M/V die ons zwanger maken’.
Het doel van deze campagne is donoren voor zowel de eicelbank als de spermabank te werven. Prof. dr. Bart Fauser, hoogleraar voortplantingsgeneeskunde, hoopt bovendien dat de campagne doneren ‘met een bijzondere waarde’ bespreekbaar maakt.

Groot verdriet
In april bestaat de eicelbank van het UMC Utrecht één jaar. Een paar honderd vrouwen hebben zich het afgelopen jaar als donor aangemeld. Dit is helaas te weinig om aan de grote vraag naar eicellen te kunnen voldoen. Net als bij de spermabank, die al bestaat sinds de jaren ’80, is er een tekort aan donoren. Daarom is het UMC Utrecht vandaag gestart met een campagne die zowel mannen als vrouwen oproept om hun zaadcellen of eicellen te doneren. Fauser: “Ongewilde kinderloosheid is voor veel mensen een groot drama. Het blijkt vaak een beladen onderwerp, zowel voor de wensouder(s) als voor de omgeving. Als gynaecoloog heb ik veel schrijnende gevallen en verdriet in mijn spreekkamer gezien.”Bijzondere donatie
Door een medische aandoening zoals endometriose of vervroegde overgang kan een vrouw er achter komen dat ze via de natuurlijke weg geen kinderen meer kan krijgen. Een behandeling met chemotherapie of bestraling kan als gevolg hebben dat vrouwen én mannen onvruchtbaar worden. Voor hen kan de donatie van een eicel of een zaadcel uitkomst bieden. Daarnaast zoeken sommige mensen een donor vanwege een erfelijke ziekte. Ook steeds meer lesbische stellen, homoparen en alleenstaande vrouwen wenden zich tot het UMC Utrecht. Fauser: “Ik hoop dat de campagne veel mensen aan het denken zet. En natuurlijk dat er veel mensen gaan geven: een donatie met een bijzondere waarde. Hoe meer donoren we hebben, des te meer mensen kunnen we helpen.”Campagne
Voor de campagne is vandaag een speciale campagnesite gelanceerd: bijzonderewaarde.nl. Ook zullen speciale posters in diverse wachtkamers komen te hangen. Voor iedereen die de campagne ondersteunt, is de poster te downloaden van de website. De patiëntenvereniging voor vruchtbaarheidsproblematiek, Freya, onderschrijft het doel van de campagne: “Als je mensen vraagt wat de mooiste dag van hun leven is, zullen velen antwoorden: ‘De dag dat mijn kindje werd geboren’. Als er meer donoren geworven worden, krijgen meer mensen met een nog onvervulde kinderwens de kans om ook dit grote geluk te ervaren.” -
Samenwerking rond zwangerschap en geboorte van start in Almere
Tweet
Geplaatst op 18 april, 2013 Geen reactieDe eerstelijns verloskundigen van Zorggroep Almere, de gynaecologen en klinisch verloskundigen van het Flevoziekenhuis en de vrijgevestigde verloskundigen van de praktijken Het Geboorte-atelier en De Eerste Stap werken vanaf woensdag 17 april samen om de zorg rond zwangerschap en geboorte beter op elkaar af te stemmen en te verbeteren.

Fotobijschrift: Maurien Prinz-Groenink wordt als eerste zwangere ontvangen en in de bloemetjes gezet door Hans Joosten, programmamanager van het Centrum voor Zwangerschap en Geboorte. (v.l.n.r. Jacqueline Smit, teammanager verloskundigenpraktijk Castrovalva / Parkwijk van Zorggroep Almere, Marcel van Alphen, gynaecoloog Flevoziekenhuis, Maurien Prinz-Groenink, Jeannette van Capelleveen, klinisch verloskundige en Hans Joosten, programmamanager Centrum voor Zwangerschap en Geboorte.
Tijdens een leerperiode van een half jaar worden in totaal circa 300 (willekeurig geselecteerde) zwangere vrouwen in Almere volgens een nieuwe werkwijze begeleid. De samenwerking bestaat uit 3 onderdelen. In de eerste plaats worden deelnemers aan de leerperiode uitgenodigd voor een eerste controle in het Flevoziekenhuis. De eerste controle bestaat uit een echo, een gesprek met de eerstelijns verloskundige en een gesprek met de gynaecoloog. Na deze intake wordt de zwangere – afhankelijk van de zorgvraag – begeleid door ofwel de eerstelijns verloskundige ofwel de klinisch verloskundige of gynaecoloog van het ziekenhuis. In een multidisciplinair overleg wordt een voorstel voor het vervolgproces besproken en voorgelegd aan de zwangere.
Als tweede worden de zwangere vrouwen in groepsverband uitgenodigd voor een gesprek over de verschillende vormen van prenatale screening (onderzoek naar de gezondheid van het ongeboren kind). Als derde deel van de samenwerking hebben de zorgverleners van de 4 verschillende organisaties gedurende de zwangerschap inzage in elkaars dossier. Dit leidt tot een betere informatieoverdracht.
Doel van de samenwerking is een betere afstemming en verbetering van de zorg rond zwangerschap, bevalling en kraamtijd. De samenwerking past in het landelijke beleid dat gericht is op het verder terugdringen van het risico op babysterfte.
De 4 organisaties bekijken na een half jaar of en in welke vorm de samenwerking een vervolg krijgt. Het initiatief zou kunnen uitgroeien tot een gezamenlijk Centrum voor Zwangerschap en Geboorte, waar meerdere partijen zich bij kunnen aansluiten. Meer informatie over het initiatief is te vinden op: www.zwangerinalmere.nl
-
Verbetering handhygiëne zorgt voor daling van in het ziekenhuis opgelopen bloedbaaninfecties bij te vroeg geboren kinderen
Tweet
Geplaatst op 15 april, 2013 Geen reactieVerbeterde handhygiëne zorgt voor minder infecties
Promovendus Onno Helder: verbetering hygiëne vermindert aantal bloedbaaninfectiesVerbetering van handhygiëne zorgt voor een belangrijke daling van in het ziekenhuis opgelopen bloedbaaninfecties bij te vroeg geboren kinderen. Er zijn verschillende manieren om het belang van handhygiëne te benadrukken, maar het wijzen op gezondheidswinst in plaats van op risico’s van
slechte hygiëne verdient de voorkeur. Dit en meer beschrijft Onno Helder in zijn proefschrift, waar hij op 17 april op hoopt te promoveren.Onno Helder is senior IC-verpleegkundige en wetenschappelijk onderzoeker op de afdeling IC-Neonatologie van het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis. Helder onderzocht verschillende manieren om handhygiëne te verbeteren omdat, zoals overal in de gezondheidszorg, goede hygiëne aanwijsbare effecten heeft op het voorkomen van infecties. Bij de onderzochte groep te vroeg geboren kinderen, met een geboortegewicht van minder dan 1500 gram, komen bloedbaaninfecties geregeld voor. Deze kinderen worden op een neonatale intensive care unit behandeld.
Bloedbaaninfecties bij deze groep zijn geassocieerd met een verhoogde kans op overlijden, blijvende handicaps (zoals chronische longaandoening en ontwikkelingsachterstand), toegenomen opnameduur en hogere ziekenhuiskosten. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beschouwt goede handhygiëne als de kern van alle preventieve maatregelen. Het verbeteren van de handhygiëne wordt gestimuleerd door een intensieve en regelmatig terugkerende scholing, screensavers en het gebruik van handschoenen.
Helder beschrijft een samengesteld handhygiëne-programma en de evaluatie van zowel de naleving van de handhygiënerichtlijnen als het effect op het aantal zorggerelateerde bloedbaaninfecties bij prematuren. In totaal zijn er 1201 handhygiëne observaties uitgevoerd die aantonen dat de naleving van de handhygiënerichtlijnen significant is verbeterd nadat een intensieve scholing is gegeven.
Helder: “Handhygiëne kan onder andere worden verbeterd door screensaver boodschappen op de schermen op de IC te vertonen, waarin het gewenste gedrag wordt benadrukt en niet de risico’s van het niet naleven. Werkstations op de IC zorgen daarbij voor continue bewustwording voor de noodzaak van handhygiëne.”
De lange termijn resultaten (2008 – 2012) van de opeenvolgende infectiepreventiemaatregelen laten zien aan dat in vergelijking met een voorgaande periode (2002 – 2005) de incidentie van bloedbaaninfecties bijna is gehalveerd van 40,5% naar 24,3%. Het aantal bloedbaaninfecties per 1000 opnamedagen is met bijna 60% afgenomen van 19,7 naar 8,1.
Bron: Erasmus MC





