nieuws over zwangerschap en baby
RSS icoon Email icoon Home icoon
  • Verhoogde kans op blijvende ontwikkelingsproblemen bij matig te vroeg geborenen


    Geplaatst op 10 mei, 2013 Geen reactie

    Kinderen die 4 tot 8 weken te vroeg worden geboren, hebben meer kans op ontwikkelingsproblemen dan eerder werd gedacht.

    Dit blijkt uit de Pinkeltje-studie die UMCG-kinderarts en neonatoloog Jorien Kerstjens heeft opgezet. “Zo’n 7% van alle kinderen in Nederland wordt te vroeg geboren en het overgrote deel daarvan (70-85%) valt in deze groep,” vertelt Kerstjens. “Het is een ‘vergeten’ groep die helemaal geen extra ontwikkelings-follow-up krijgt binnen de kindergeneeskunde, in tegenstelling tot kinderen die meer dan acht weken te vroeg worden geboren, de ‘echte’ prematuren.” Kerstjens pleit voor meer bewustwording van het risico op ontwikkelingsproblemen bij matig te vroeg geborenen omdat juist in deze laatste fase van de zwangerschap nog zo’n 35% van de hersenontwikkeling plaatsvindt. Kerstjens promoveert op 13 mei 2013 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Kerstjens vergeleek de ontwikkeling van matig te vroeg geboren kinderen met die van op tijd geboren kinderen en ernstig-vroeggeborenen (minder dan 32 weken zwangerschap). Op vierjarige leeftijd vond zij bij 8,3% van de matig te vroeg geboren kinderen ontwikkelingsproblemen, twee keer zoveel als bij op-tijd geboren kinderen. Bij ernstig-vroeggeborenen kwam dit voor bij 14,9% van de kinderen. Op zevenjarige leeftijd scoorden de matig te vroeg geboren kinderen in vergelijking met op-tijd geborenen minder goed qua IQ, ontwikkeling van visueel-ruimtelijke vaardigheden zoals puzzels leggen, aandacht, en selectief kunnen focussen op wat belangrijk is.

    “Lang werd gedacht dat het altijd wel goed zou komen met de ontwikkeling van matig te vroeg geboren kinderen, maar mijn onderzoek laat zien dat er bij een deel van deze kinderen wel degelijk sprake is van een langdurige ontwikkelingsachterstand”, aldus Kerstjens.

    Exponentieel

    Hoe eerder de kinderen worden geboren, hoe groter het risico op ontwikkelingsproblemen is, stelde Kerstjens vast.

    “We denken dat het komt doordat de hersenen van het kind zich in belangrijke mate in het laatste trimester van de zwangerschap ontwikkelen. Een te vroeg geboren kind heeft vaak al meer problemen gehad die samenhangen met de moederkoek, komt na de geboorte in een couveuse, krijgt andere voeding en heel veel prikkels die bij het uitdragen van de zwangerschap niet waren opgetreden. Daardoor ontwikkelen de hersenen zich anders dan kinderen die voldragen zijn.”

    Kerstjens vindt dat er meer aandacht moet komen voor deze risico’s bij de besluitvorming om een kind eerder geboren te laten worden.

    Factoren

    Een aantal bekende factoren vergroot zowel het risico op vroeggeboorte als ook op ontwikkelingsachterstand na matige vroeggeboorte. Kerstjens noemt roken tijdens de zwangerschap en overgewicht van de moeder. “Ook meerlingen worden vaker te vroeg geboren. Het gebruik van zwangerschapstechnieken zoals IVF bij verminderde vruchtbaarheid leidt vaak tot meerlingen. Indirect is mijn onderzoek een pleidooi voor vrouwen om op tijd kinderen te krijgen,” stelt Kerstjens.

    Maatschappelijk belang

    Volgens Kerstjens steken we nu veel energie in de begeleiding van kinderen die meer dan acht weken te vroeg worden geboren. “Dat blijft belangrijk, maar we zouden ook meer moeten doen voor de matig te vroeg geboren kinderen. Het maatschappelijk belang om die groep beter te controleren en te begeleiden is heel groot, in feite veel groter dan voor de veel te vroeg geboren kinderen.” In absolute zin zijn er in Nederland op de leeftijd van 4 jaar minstens twee keer zoveel matig te vroeg geboren kinderen als veel te vroeg geboren kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Kerstjens denkt dat meer begeleiding in de eerste vier jaar deze kinderen betere kansen in hun leven kan geven. Wereldwijd ziet Kerstjens ook meer aandacht komen voor matig te vroeg geborenen.

    Curriculum Vitae

    Jorien Kerstjens (Zwijndrecht, 1962) studeerde Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij volgde de opleidingen tot kinderarts, werkte 10 jaar als algemeen kinderarts, en volgde daarna alsnog de opleiding neonatologie in het Beatrix Kinderziekenhuis UMCG in Groningen en de Isala Klinieken in Zwolle. Deze unieke combinatie maakte dat zij geïnteresseerd raakte in de ontwikkeling van matig te vroeg geboren kinderen en de Pinkeltje-studie opzette. Hierin worden verschillende aspecten van de ontwikkeling van matig te vroeg geboren kinderen onderzocht. De Pinkeltje wordt gefinancierd door het Beatrix Kinderziekenhuis UMCG, de Cornelia-Stichting, het A. Bulk Jeugdgezondheidszorg Onderzoeksfonds, de Hersenstichting Nederland, FrieslandCampina, Friso Nederland, Abbott en Pfizer Europe. Kerstjens verrichtte haar promotieonderzoek bij de afdeling Neonatologie van het UMCG onder begeleiding van prof. dr. A.F. Bos, en prof. dr. S.A. Reijneveld en dr. A.F. de Winter van de afdeling gezondheidswetenschappen. De titel van haar proefschrift is “Development of moderately preterm-born children.”

    Bron: UMCG

    Dit Babytjesnieuws is een onderdeel van Babytjes.nl, over zwangerschap en baby. Neem ook eens een kijkje in onze online winkel met positiemode, babyspullen en babymode. Ken je onze nieuwsbrief over zwangerschap en baby al?
  • Kinderen met overgewicht zijn minder gezond


    Geplaatst op 14 mei, 2012 Geen reactie

    Twaalfjarige kinderen met overgewicht hebben al een hogere bloeddruk en ongunstigere cholesterolwaarden in hun bloed dan kinderen met een normaal gewicht. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Marga Bekkers van het RIVM.

    Bekkers analyseerde de gezondheid van 1500 kinderen uit een grotere groep van bijna vierduizend kinderen die al vanaf hun geboorte gevolgd worden. Dat is het PIAMA-onderzoek (Preventie en Incidentie van Astma en Mijt Allergie ) dat al sinds 1996 loopt. Zo’n elf procent van de twaalfjarige kinderen in dit onderzoek heeft overgewicht. Deze dikke kinderen blijken een hogere bloeddruk en ongunstigere cholesterolwaarden te hebben dan kinderen met een normaal gewicht. Daarnaast hebben ze vaker astma. Het betekent dat overgewicht dus al op jonge leeftijd ongunstige effecten heeft op ondermeer belangrijke risicofactoren voor hart- en vaatziekten.

    Gezondheidsproblemen
    “Het onderzoek laat zien dat niet alleen extreem dikke kinderen gezondheidsproblemen hebben”, reageert Bekkers. “Ook bij relatief gezonde, maar wel te dikke kinderen zijn al gezondheidseffecten zichtbaar. Het wil natuurlijk niet zeggen dat we al deze kinderen met medicijnen moeten behandelen.”

    Het benadrukt volgens Bekkers het belang van het voorkómen van overgewicht bij kinderen. De oplossing lijkt simpel: meer bewegen en gezonder eten, maar het is moeilijk zo’n leefstijlverandering door te voeren. Uit andere onderzoeken blijken langdurige, integrale aanpakken op het niveau van scholen, wijken en gemeentes het meest kansrijk te zijn om overgewicht te voorkomen.

    Middelomtrek
    In haar onderzoek laat Bekkers ook zien dat de middelomtrek ook bij kinderen een goede maat is voor overgewicht. De middelomtrek heeft ongeveer dezelfde voorspellende waarde als de BMI (body mass index) voor bloeddruk, cholesterol en longfunctie.

    Bekkers voerde haar onderzoek uit op het RIVM en het Institute for Risk Assessment Sciences (Universiteit Utrecht) en promoveert op 15 mei aan het UMC Utrecht.

    Dit Babytjesnieuws is een onderdeel van Babytjes.nl, over zwangerschap en baby. Neem ook eens een kijkje in onze online winkel met positiemode, babyspullen en babymode. Ken je onze nieuwsbrief over zwangerschap en baby al?
  • Overgewicht nadelig voor sperma


    Geplaatst op 7 februari, 2012 Geen reactie

    Overgewicht en obesitas verkleinen vruchtbaarheid en kans op kinderen

    Overgewicht en obesitas zorgen bij mannen, onafhankelijk van andere leefstijlfactoren, voor een lagere zaadkwaliteit. Zowel de hoeveelheid zaadcellen als hun beweeglijkheid wordt beïnvloed door het lichaamsgewicht. Ongezonde leefstijl- en voedingsgewoonten blijken opnieuw nadelige invloed te hebben op de vruchtbaarheid, zowel bij mannen als vrouwen. Promovenda Fatima Hammiche van het Erasmus MC concludeert dit in haar proefschrift. Hammiche promoveert op 8 februari 2012 op haar onderzoek naar de invloed van voeding en leefstijl op de vruchtbaarheid.

    Naar schatting 10 to 15% van de paren kent een verminderde vruchtbaarheid.
    Bij 30% van deze paren wordt de oorzaak daarvan niet duidelijk. Het identificeren van risicofactoren en het bestuderen van de biologie kan in de toekomst bijdragen tot preventie van vruchtbaarheidsstoornissen. Ongezonde voedings- en leefstijlgewoonten van aanstaande ouders dragen bij aan een lagere kans op zwangerschap, een hogere kans op aangeboren aandoeningen en meer problemen rond de bevalling.
    Effect preconceptie spreekuur Gezond Zwanger Worden
    Fatima Hammiche is arts-onderzoeker Voortplantingsgeneeskunde op de afdeling Verloskunde en Gynaecologie van het Erasmus MC. Voor haar proefschrift onderzocht ze de relatie tussen voeding en leefstijl en vruchtbaarheid, maar ook het effect van het preconceptie spreekuur Gezond Zwanger Worden dat sinds 2007 bestaat in het Erasmus MC. Het spreekuur heeft als doel zo optimaal mogelijke omstandigheden te realiseren bij paren met een kinderwens op het gebied van voeding en leefstijl. Bezoek aan het GZW-consult leidde na drie maanden bij 18% van de vrouwen en 12% van de mannen tot een verbetering van de voedingsgewoonten. Ook de leefstijlgewoonten verbeterden aanzienlijk, zowel bij vrouwen (34%) als mannen (33%) en onafhankelijk van etniciteit, BMI of opleiding. Opvallend was dat vooral laag opgeleide vrouwen een grotere verbetering vertoonden dan hoger opgeleide vrouwen.
    Verder bleek dat mannen met overgewicht en obesitas een verminderde zaadkwaliteit hebben. Zowel het aantal als de beweeglijkheid van de zaadcellen worden negatief beïnvloed door overgewicht.

    Optimaliseren van vruchtbaarheid
    Erasmus MC heeft een grote staat van dienst op het gebied van optimaliseren van vruchtbaarheid. Zo is er bijvoorbeeld het onlangs gelanceerde persoonlijke coachingsprogramma Slimmer Zwanger, waarmee een bijdrage kan worden geleverd aan het verbeteren van de voeding en leefstijl van de vrouw én man zowel vóór als tijdens de zwangerschap. De verzekerden van Achmea, waaronder Zilveren Kruis, Agis Zorgverzekeringen, Avero Achmea, Interpolis en FBTO, kunnen hiervan gratis gebruik maken. Deze zorgverzekeraars vergoeden de kosten voor hun cliënten. Andere gebruikers kunnen hierover verdere informatie vinden op de homepage slimmerzwanger.nl.

    Dit Babytjesnieuws is een onderdeel van Babytjes.nl, over zwangerschap en baby. Neem ook eens een kijkje in onze online winkel met positiemode, babyspullen en babymode. Ken je onze nieuwsbrief over zwangerschap en baby al?
  • Rokende vrouwen met overgewicht hebben verhoogde kans op baby met aangeboren hartafwijking


    Geplaatst op 2 februari, 2012 Geen reactie

    Overgewicht in combinatie met roken tijdens de zwangerschap een extra verhoogd risico op hartafwijkingen

    Voor het eerst is aangetoond dat overgewicht in combinatie met roken tijdens de zwangerschap een extra verhoogd risico op hartafwijkingen bij het ongeboren kind geeft, in vergelijking tot beide factoren afzonderlijk. Arts-onderzoeker Marlies Baardman van de afdeling Genetica van het UMCG heeft dit vastgesteld met behulp van de database van Eurocat Noord Nederland. Zij voerde het onderzoek uit in een samenwerkingsverband van de afdelingen Genetica, Kindercardiologie en Epidemiologie van het UMCG. De resultaten zijn deze week gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Heart.

    Hartafwijkingen zijn de meest voorkomende aangeboren aandoeningen. Dit onderzoek is het eerste waarin is vastgesteld dat een combinatie van roken en overgewicht het risico op een baby met een aangeboren hartafwijking extra verhoogt, dan deze factoren afzonderlijk. Voor dit onderzoek is gekeken naar zwangerschappen in de periode 1997-2008. De gegevens van ongeveer 800 kinderen met hartafwijkingen, maar zonder andere afwijkingen, werden onderzocht. De controlegroep bestond uit ruim 300 kinderen met genetische afwijkingen, maar niet met hartafwijkingen. De kans op een kind met een aangeboren afwijking is in Nederland gemiddeld 2-3%. De kans op een kind met een aangeboren hartafwijking is ongeveer 1%. Voor vrouwen die al voor de zwangerschap overgewicht hadden en tijdens de zwangerschap blijven roken, is dit risico 2 tot 3 keer verhoogd.

    Eurocat

    De database van Eurocat in Noord Nederland bevat gegevens van ca. 14.000 kinderen met een aangeboren afwijking. In deze registratie worden naast de aandoening, ook allerlei gegevens vastgelegd over het verloop van de zwangerschap, zoals medicijngebruik van de moeder, haar leefstijl en beroep. Op dit moment heeft ongeveer 30% de Nederlandse vrouwen in de leeftijd van 25-35 jaar overgewicht, dat wil zeggen een BMI (body mass index) boven de 25. Van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd die roken (25%) gaat de helft hiervan daarmee door tijdens de zwangerschap.

    Belang van voorlichting

    De resultaten van dit onderzoek wijzen erop dat roken tijdens de zwangerschap en overgewicht mogelijk bijdragen aan hetzelfde mechanisme waardoor aangeboren hartafwijkingen kunnen ontstaan. De onderzoekers stellen dat dit onderzoek het grote belang onderstreept van goede voorlichting vóór de zwangerschap, hulp bij afvallen en stoppen-met-roken programma’s voor vrouwen die zwanger willen worden, kortom, de noodzaak van preconceptiezorg.

    Dit Babytjesnieuws is een onderdeel van Babytjes.nl, over zwangerschap en baby. Neem ook eens een kijkje in onze online winkel met positiemode, babyspullen en babymode. Ken je onze nieuwsbrief over zwangerschap en baby al?
  • Rokende zwangere meer kans op kind met overgewicht


    Geplaatst op 14 juni, 2011 Geen reactie

    Kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap roken hebben een grotere kans op overgewicht

    Onderzoek Generation R

    Kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap roken hebben een grotere kans op overgewicht dan kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap niet roken. Tot deze conclusie komen onderzoekers van Erasmus MC naar aanleiding van het grootschalige Generation R onderzoek. Hun bevindingen zijn online gepubliceerd in het tijdschrift American Journal of Clinical Nutrition.

    De onderzoekers onderzochten bij meer dan 5.000 kinderen in Rotterdam hoe het roken van de moeder en de vader tijdens de zwangerschap van invloed is op de groei van het kind na de geboorte. Moeders die tijdens de zwangerschap doorrookten, hadden 50% meer kans op kinderen met overgewicht op wat latere leeftijd. Kinderen van moeders die vroeg in de zwangerschap stopten met roken, of kinderen van vaders die rookten hadden geen grotere kans op overgewicht. Hoe roken van de moeder tijdens de zwangerschap leidt tot overgewicht bij het kind is nog niet bekend. Wel blijkt dat de lengte van deze kinderen tot aan de leeftijd van 4 jaar kleiner is, terwijl de kinderen in het gewicht wel goed groeien. De wetenschappers zullen met kindvriendelijke lichaamsscans nader onderzoek doen naar de ontwikkeling van de spieren, botten en de vetopslag. Dit moet leiden tot beter inzicht in de relatie tussen het roken tijdens de zwangerschap en het overgewicht op latere leeftijd.

    Eerder bleek uit het Generation R onderzoek dat roken tijdens de zwangerschap leidt tot groeiproblemen voor het kind in de baarmoeder. Nu blijkt dat roken tijdens de zwangerschap niet alleen nadelige gevolgen heeft voor het kind op korte termijn, maar ook op latere leeftijd. Het onderzoek onderstreept daarom hoe belangrijk het is dat vrouwen niet roken of zo snel mogelijk stoppen als ze zwanger willen worden.

    Het onderzoek is gebaseerd op het grootschalige bevolkingsonderzoek Generation R van Erasmus MC. Dit bevolkingsonderzoek volgt de groei, ontwikkeling en gezondheid van 10.000 Rotterdamse kinderen vanaf de vroege zwangerschap tot de jonge volwassenheid.

     

    Meer artikelen over zwangerschap en gezondheid kun je hier vinden

    Dit Babytjesnieuws is een onderdeel van Babytjes.nl, over zwangerschap en baby. Neem ook eens een kijkje in onze online winkel met positiemode, babyspullen en babymode. Ken je onze nieuwsbrief over zwangerschap en baby al?
  • Te zware kinderen meer last van spieren en gewrichten


    Geplaatst op 24 mei, 2011 Geen reactie

    Kinderen in de leeftijd van 2 tot 11 jaar die te veel wegen hebben tweemaal zo veel last van hun spieren en gewrichten

    Tieners met overgewicht zoeken vaker huisarts op vanwege problemen aan voet en enkel

    Nederlandse kinderen van 2 tot 17 jaar die te veel wegen, hebben meer last van hun enkels en voeten dan kinderen met een normaal gewicht. De tieners onder hen zoeken hiervoor vaker de huisarts op. Alhoewel het vermoeden al bestond, toont Marjolein Krul dit voor het eerst aan in haar onderzoek dat ze uitvoerde bij het Erasmus MC. Zij promoveert morgen op haar onderzoek. De resultaten moeten kinderen in de toekomst helpen om hun gewicht beter te leren beheersen.

    Kinderen in de leeftijd van 2 tot 11 jaar die te veel wegen hebben tweemaal zo veel last van hun spieren en gewrichten. Het gaat dan vooral om problemen aan de nek, de rug, de voeten en de enkels. Verder geeft ruim de helft van de kinderen in de leeftijd van 12 tot 17 jaar aan last te hebben van hun spieren en gewrichten. Dit is éénderde meer dan kinderen met een normaal gewicht. Bij te zware kinderen van deze leeftijd gaat het vooral om problemen aan de enkel en de voet, waarmee ze ook vaker naar de huisarts gaan.

    Op basis van haar onderzoek concludeert Krul dat kinderen met overgewicht in een vicieuze cirkel terecht dreigen te komen waar ze nog maar moeilijk uit kunnen stappen. Het overgewicht leidt tot problemen aan gewrichten en spieren. Die problemen leiden er op hun beurt toe dat de kinderen minder willen of kunnen bewegen. En dat gebrek aan beweging leidt weer tot meer overgewicht. Krul, huisarts en onderzoeker bij de afdeling Huisartsgeneeskunde van het Erasmus MC: “Het is van belang dat we ons ervan bewust zijn dat kinderen met overgewicht vaker problemen hebben aan hun spieren en gewrichten. Met die wetenschap in ons achterhoofd, kunnen we kinderen die te dik zijn beter helpen bij het managen van de problemen met hun gewicht en kunnen we ze proactief tips geven om gezonder te leven. We moeten ze extra stimuleren om meer te bewegen, ook door de pijn van hun spieren en gewrichten heen.”

    Andere onderzoeken lieten al zien dat de voeten van kinderen met overgewicht meestal langer zijn, breder en wat meer doorgezakt. De resultaten uit het grootschalig onderzoek van Krul sluiten aan bij die bevindingen, nu daaruit blijkt dat kinderen met overgewicht aangeven vaker problemen te ondervinden aan voeten en enkels. Krul voerde haar onderzoek uit onder een groep van 2.459 kinderen in de leeftijd van 2 tot 17 jaar. Bij 319 van die kinderen was sprake van overgewicht.

    Dit Babytjesnieuws is een onderdeel van Babytjes.nl, over zwangerschap en baby. Neem ook eens een kijkje in onze online winkel met positiemode, babyspullen en babymode. Ken je onze nieuwsbrief over zwangerschap en baby al?
  • Bijna tien kilo zwaarder door je ouders


    Geplaatst op 11 oktober, 2010 1 reactie

    Publicatie Nature Genetics: appelvorm of peervorm al vooraf in je lichaam vastgelegd

    Voor sommige mensen is het veel moeilijker dan voor anderen om op gewicht te blijven. Onderzoekers vonden nu dat mensen die veel erfelijke factoren van hun ouders hebben meegekregen die van invloed zijn op gewicht zelfs 7 tot 9 kilo meer wegen dan mensen die weinig van die factoren hebben geërfd. Of je als gevolg van dat extra gewicht een appelvorm of een peervorm krijgt, blijkt ook al door je erfelijk materiaal te worden bepaald. De onderzoekers, waaronder verschillende Nederlandse groepen, publiceren deze bevindingen vanavond in twee publicaties in het internationaal tijdschrift Nature Genetics.

    De onderzoekers keken enerzijds naar de erfelijke factoren die mensen gevoeliger maken voor zwaarlijvigheid. Van de 18 nieuwe erfelijke varianten die daarbij boven tafel kwamen, bleken verschillende via de hersenen een rol te spelen in het ontstaan van overgewicht. Zo geven de hersenen bijvoorbeeld aan of je honger hebt en regelen ze de voedselverwerking tot vet. Ook bepalen de hersenen hoe goed je je kunt beheersen en hoe je eetbuien onderdrukt. De nieuw gevonden erfelijke factoren bepalen samen met de factoren die al bekend waren maar een klein deel van de gewichtsvariatie tussen mensen. De overige erfelijke factoren zullen door andersoortig en nog grootschaliger onderzoek gevonden moeten worden.

    Daarnaast bestudeerden de onderzoekers hoe erfelijke factoren van invloed zijn op de verdeling van het lichaamsvet. Waar we vet opslaan in ons lichaam, beïnvloedt onze gezondheid. Mensen die meer vet hebben rondom de taille (appelvorm) hebben een grotere kans op het ontstaan van suikerziekte (type-2) en hart- en vaatziekten. Het opslaan van vet in de dijen en de billen (peervorm) lijkt echter een zekere bescherming te bieden tegen suikerziekte en hoge bloeddruk. De onderzoekers vonden nu 13 erfelijke factoren die invloed hebben op deze lichaamsvormen.

    Er zijn ook duidelijke verschillen in de lichaamsvorm tussen mannen en vrouwen, maar de processen die dat bepalen worden in dit onderzoek nog niet duidelijk. Het onderzoek biedt echter wel biologische aanknopingspunten. Zeven van de dertien gevonden varianten blijken een veel sterker effect te hebben bij vrouwen dan bij mannen. Dit zou een belangrijke basis kunnen zijn voor de verschillen in vetverdeling tussen mannen en vrouwen.

    De onderzoekers die deze bevindingen deden maken deel uit van het zogenoemde GIANT-consortium. Dit is een internationaal samenwerkingsverband van meer dan 400 wetenschappers uit 280 onderzoeksinstituten, met steun van diverse subsidieverstrekkers. De deelnemende Nederlandse wetenschappers komen uit Rotterdam (Erasmus MC), Amsterdam (VU), Leiden (LUMC), en Nijmegen (UMC St Radboud) en behoren tot de nationale biobank samenwerkingen CMSB, NCHA en BBMRI-NL, gesubsidieerd door de Nederlandse overheid.

    Carola Zillikens, internist en onderzoeker van het Erasmus MC en betrokken bij beide onderzoeken: “Voor deze studies hebben we bijna een kwart miljoen mensen wereldwijd onderzocht. Dit is het grootste onderzoek ooit naar ons erfelijk materiaal. De gevonden resultaten geven meer inzicht in de biologische processen die kunnen leiden tot zwaarlijvigheid en de verdeling van lichaamsvet. Op termijn hopen we hiermee manieren te vinden om overgewicht te voorkomen of te behandelen.”

    “In het onderzoek aan complexe volksziekten als hart- en vaatziekten en diabetes hebben we het stadium bereikt waar alleen reusachtige mondiale consortia genoeg kracht kunnen bieden om het inzicht te vergroten. De Nederlandse onderzoekers zijn in het internationale veld graag geziene gasten met hun grote en goed getypeerde biobanken”, zegt Gertjan van Ommen van het LUMC, leider van CMSB en BBMRI-NL.” Steeds vaker lukt ons met landelijk en internationaal vereende krachten wel wat apart niet bereikbaar is”.

    Dorret Boomsma, betrokken bij beide onderzoeken en leidster van het Nederlandse Tweelingenregister bij de VU: ”Mede door onderzoek bij Nederlandse tweelingen en families wisten we al dat erfelijke aanleg een belangrijke rol speelt bij overgewicht en lichaamsbouw en dat het voor sommige mensen veel moeilijker is dan voor anderen om op gewicht te blijven. Dit grote onderzoek wijst ons nu de juiste richting voor het karakteriseren van de genen die de erfelijke aanleg verklaren”.

    Dit Babytjesnieuws is een onderdeel van Babytjes.nl, over zwangerschap en baby. Neem ook eens een kijkje in onze online winkel met positiemode, babyspullen en babymode. Ken je onze nieuwsbrief over zwangerschap en baby al?
  • 1 op 4 vrouwen met overgewicht en onvervulde kinderwens wordt na afvallen zwanger zonder behandeling


    Geplaatst op 23 juni, 2010 Geen reactie

    logoalbertschweitzerziekenhuisVoor vrouwen die als gevolg van overgewicht moeite hebben om zwanger te worden, heeft het Albert Schweitzer ziekenhuis sinds 2006 een afvalbegeleidingsprogramma op de polikliniek Fertiliteit (vruchtbaarheid), gevestigd op de ziekenhuislocatie Zwijndrecht. Inmiddels hebben honderd vrouwen dit programma doorlopen. Van hen werd een kwart na het kwijtraken van overgewicht alsnog zwanger zónder een vruchtbaarheidsbehandeling (zoals IVF).

    Bij de vrouwen bij wie toch een fertiliteitsbehandeling nodig was, ligt het succespercentage hoger naarmate zij minder overgewicht hebben. Complicaties en risico’s tijdens en na de zwangerschap zijn bovendien kleiner na gewichtsverlies. Fertiliteitsarts Grada van den Dool noemt het afvalbegeleidingsprogramma dan ook een succes. ,,Enerzijds wegens de gezondheid en het geluk van moeders en baby’s, anderzijds omdat het leidt tot lagere medische kosten. Een IVF-behandeling kost 3000 euro, het afvalprogramma 300 euro.” Wegens de intensieve en consequente begeleiding die noodzakelijk is voor succes, bieden niet veel ziekenhuizen de dienst aan. Van den Dool: ,,Wij denken dat dit onterecht is. Het Albert Schweitzer ziekenhuis gaat er dan ook zeker mee door.”

    Hormonen die nodig zijn voor voortplanting, hebben een voorkeur voor vetweefsel. Hoe meer vetweefsel, hoe minder hormonen de voortplantingsorganen krijgen. Dit kan ertoe leiden dat er bij zware vrouwen geen eisprong meer is. Bij tien à vijftien procent gewichtsverlies, komt die vaak vanzelf weer op gang. Voorts hebben zwaarlijvige vrouwen een verhoogd risico op miskramen en op aandoeningen zoals suikerziekte en hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap. Aan het eind van de zwangerschap is er zelfs risico op overlijden van de baby.

    Van den Dool: ,,De oplossing lijkt eenvoudig: afvallen. Dit is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Vaak moet een hele levensstijl worden aangepast. Hierbij is goede begeleiding nodig. Het doel van ons programma is minimaal 10 procent gewichtsreductie in een half jaar tijd. Bij ernstig overgewicht wordt dit percentage per persoon nader bepaald. Elke twee à drie weken vindt een individueel gesprek plaats met een personal coach. Daarbij komen natuurlijk de weegschaal en centimeter tevoorschijn.”

    Uit de eerste vier jaar ervaring met honderd vrouwen, blijkt dat één à vijf gesprekken nodig zijn om het belang van gewichtsverlies te benadrukken. Vervolgens zijn nog ongeveer tien coachinggesprekken nodig om het beoogde gewichtsverlies te bereiken.

    Bijna 20 procent van de deelneemsters haakte af na één à drie gesprekken. Bij hen bleek de kinderwens toch niet op de voorgrond te staan. Deze groep kwam vervolgens ook niet in aanmerking voor een vruchtbaarheidsbehandeling. Een kwart van de honderd vrouwen werd alsnog ‘zelf’ zwanger. Van de overgebleven groep verloor driekwart gewicht, variërend van heel weinig tot 53 kilo. Bijna de helft van hen haalde de doelstelling of kwam er dichtbij in de buurt. Van deze groep werd 60 procent na een vruchtbaarheidsbehandeling alsnog zwanger.

    In de eerste jaren is gebleken dat de ‘personal coach’ alleen niet voldoende was. Er is meer hulp nodig, die ruimhartig wordt geboden binnen het ziekenhuis, door onder anderen psychologen, internisten, diëtisten en gynaecologen. Door deze samenwerking is het programma effectiever geworden. Dit leidde gaandeweg tot minder ‘afhaaksters’ en meer gewichtsverlies.

    Dit Babytjesnieuws is een onderdeel van Babytjes.nl, over zwangerschap en baby. Neem ook eens een kijkje in onze online winkel met positiemode, babyspullen en babymode. Ken je onze nieuwsbrief over zwangerschap en baby al?
  • Minder zwangerschapskilo’s door probiotica


    Geplaatst op 8 mei, 2009 Geen reactie

    priobiozwangerVrouwen die tijdens hun zwangerschap probiotica nemen, zijn een jaar na de bevalling vaak slanker dan vrouwen die dit niet doen.

    Dat blijkt uit onderzoek van Finse onderzoekers. Zij presenteerden de resultaten van hun onderzoek op het obesitascongres van de European Association for the Study of Obesity in Amsterdam.
    Drie groepen
    Aan het onderzoek werkten 256 zwangere vrouwen mee. Deze vrouwen werden in drie groepen verdeeld.

    De eerste groep kreeg probiotica en een voedingsadvies toegespitst op een gezonde zwangerschap.
    De twee groep kreeg een placebo en dieetadvies. De derde groep kreeg geen voedingsadvies en een placebo.

    De vrouwen gebruikten de probiotica of placebo’s vanaf de derde maand van de zwangerschap tot zes maanden na de bevalling.
    Van de vrouwen die voedingsadvies met probioticacapsules kregen, bleek na een jaar 25 procent nog een BMI van 30 of hoger te hebben. In de groep die wel dieetadvies kreeg, maar geen probiotica, had 43 procent een BMI van 30 of hoger.
    Tekortkoming studie
    Volgens onderzoeker Latinen, voedingswetenschapper aan de universiteit van Turku, is dit het eerste onderzoek waarbij de rol van probiotica in de ontwikkeling van of bescherming tegen obesitas is bestudeerd.

    De wetenschapper wijst wel op een tekortkoming van de studie. In de resultaten is namelijk geen rekening gehouden met het gewicht van de vrouwen voor de zwangerschap.
    Uit verder onderzoek moet blijken of probiotica ook echt helpt tegen overgewicht.

    Bron: nu.nl

    Dit Babytjesnieuws is een onderdeel van Babytjes.nl, over zwangerschap en baby. Neem ook eens een kijkje in onze online winkel met positiemode, babyspullen en babymode. Ken je onze nieuwsbrief over zwangerschap en baby al?
  • Te zware baby’s door flesvoeding


    Geplaatst op 25 april, 2009 Geen reactie

    Borstvoeding bevat minder proteïne dan flesvoeding. Baby’s die flesvoeding krijgen, groeien daarom sneller. Dit blijkt uit internationaal onderzoek onder 1000 baby’s. Het onderzoek is gepubliceerd in the American Journal of Clinical Nutrition.

    Voor het onderzoek werden de baby’s verdeeld in drie groepen. De eerste groep kreeg borstvoeding. De tweede groep kreeg flesvoeding met een laag proteïnegehalte en de derde groep kreeg flesvoeding met een hoog proteïnegehalte.

    De baby’s zijn tot hun tweede levensjaar gemeten op gewicht, lengte en body mass index. De groep met het hoge proteïnegehalte in hun flesvoeding bleken zwaarder.

    Het onderzoek is gedaan in België, Italië, Duitsland, Polen en Spanje onder baby’s die tussen 2002 en 2004 geboren zijn.

    De conclusie van het onderzoek is dat borstvoeding zeer aan te bevelen is  omdat daarmee overgewicht op latere leeftijs voorkomen kan worden.

    Meer informatie over borstvoeding is te vinden op de borstvoeding startpagina

    Lees het complete artikel op nu.nl

    Dit Babytjesnieuws is een onderdeel van Babytjes.nl, over zwangerschap en baby. Neem ook eens een kijkje in onze online winkel met positiemode, babyspullen en babymode. Ken je onze nieuwsbrief over zwangerschap en baby al?