Babytjesblog
over zwangerschap en baby-
Wat is een matrozenbedje?
Tweet
Geplaatst op 16 mei, 2012 Geen reactieSteeds meer ouders ontdekken het matrozenbedje als manier om hun baby toe te dekken in bed. Het matrozenbedje is eigenlijk geen bedje maar een laken waarmee je het ledikantje van je baby op een veilige manier bovenin kunt opmaken. Dit kan met een kant-en-klaar laken of een eenpersoons volwassen laken.
In verband met de veiligheid wordt meestal geadviseerd om een ledikant kort (of laag) op te maken. Dan kan de deken overdwars om je baby goed onder te kunnen stoppen en je baby kan niet onder de deken raken. Sommige baby’s trappelen zichzelf echter onder de dekens vandaan naar boven in bed. En als er een hemeltje boven het ledikantje hangt, heeft dit geen functie meer als je het bed kort opmaakt. Voor onrustige baby’s kan een hemeltje juist nuttig zijn als demping van prikkels.
Waar komt de term matrozenbedje vandaan?
Matrozen hadden vroeger niet veel ruimte tot hun beschikking om te slapen. Zij sliepen, net als lagere officieren, in zgn. kooien. Een kooi was aanmerkelijk korter en smaller dan een gewoon eenpersoonsbed, vandaar de naam matrozenbed.Tegenwoordig wordt het ‘matrozenbedje’ in het leger en onder zeelieden gebruikt als een populaire manier om elkaar te pesten. Door het onderlaken terug te slaan en zo het bed onzichtbaar in te korten, stappen militairen of matrozen – vaak zeer moe – in bed om vervolgens te ontdekken dat ze er niet in passen. Voordat zij kunnen gaan slapen, moeten ze hun bed eerst opnieuw opmaken.
Is het veilig?
In de zomer kun je het matrozenbedje zonder deken gebruiken. Tijdens koele jaargetijden gebruik je het laken in combinatie met 1 of 2 dekens. Als je het laken gebruikt volgens de gebruiksaanwijzing kan je baby niet onder de deken zakken. Een baby die wordt toedekt over zijn schouders tot zijn kinnetje en stevig ondergestopt in bed ligt, slaapt vaak beter. Bovendien voorkomt een goed ondergestopte deken dat baby’s al op jonge leeftijd gaan draaien of zich bloot woelen. -
Borstvoeding – wat kost het je en wat levert het je op?
Tweet
Geplaatst op 26 april, 2012 Geen reactieOf je borstvoeding gaat geven, moet je al bepalen voor je kindje geboren is. Besluit je het te doen, dan mag/moet je baby
kort na de geboorte meteen voor het eerst bij je drinken. Wil je het niet, dan wordt je baby niet aan de borst gelegd (ook niet voor een keertje). Hij of zij went meteen aan de fles.Dit betekent, dat je een beslissing moet nemen voordat je weet hoe het is. Over de voordelen voor je kind is al veel geschreven: het krijgt jouw antistoffen mee via de melk, heeft meer hecht contact met jou, leert alvast verschillende smaken kennen omdat jouw melk geen twee keer hetzelfde is, het drinkt precies de hoeveelheid die het nodig heeft in plaats van de inhoud van een fles…
Maar wat zijn de voordelen voor jou? En wat moet je investeren als je borstvoeding gaat geven? Dat zou wel eens doorslaggevend kunnen zijn. Hier volgen een aantal overwegingen.Makkelijk als je kind in de buurt is, lastig als je kind ergens anders is
Stel je voor: het is nacht en je kindje wil melk. Dan is je kind tegen je aan leggen en hem uit je borst laten drinken een stuk makkelijker met je slaperige hoofd, dan naar de keuken gaan en een fles lauwwarme melk klaarmaken. Maar als je op je werk bent of anderszins op pad en je kindje is niet mee, dan moet je je melk afkolven. Dat duurt vaak iets langer dan je baby erover doet om een portie melk eruit te halen. Hoe lang precies, hangt ervan af of je melk makkelijk ‘stroomt’. Ga er maar even vanuit dat je per keer een half uur bezig bent. Tijdens een werkdag van acht uur zul je twee tot drie keer gaan kolven. Wettelijk is vastgelegd dat je een kwart van je werktijd mag gebruiken om te kolven. Of jij die tijd ook durft te claimen en of het haalbaar is in jouw werksituatie, weet je zelf het beste.
Je krijgt stofjes mee
Bij het geven van borstvoeding maak je oxytocine aan. Dat wordt wel het ‘knuffelhormoon’ genoemd. Oxytocine zorgt ervoor dat je een sterkere band krijgt met je baby, maar het zorgt er ook voor dat je makkelijker ontspant en beter inslaapt en doorslaapt. Dat kun je goed gebruiken als je ‘s nachts regelmatig wordt gewekt en chronisch moe wordt na de eerste weken of maanden.
(Een vader of partner krijgt deze bonus niet en kan het daardoor zwaarder hebben. Iets om rekening mee te houden!)
Je krijgt een dagtaak
Wie borstvoeding geeft, is zo’n 2,5 uur per dag bezig met voeden en/of melk afkolven. De eerste weken nog meer, omdat je kind vaker melk vraagt en misschien nog niet zo gemakkelijk drinkt. Na een tijdje zit je op vijf voedingen waar vrouwen gemiddeld een half uur per keer mee bezig zijn. Kolf je, dan neem je een extra tasje of koffertje mee als je ergens heengaat. En je hebt meer voeding nodig om al die melk te maken, dus je eet vaker of meer. Al met al ben je flink bezig met plannen hoe je alles regelt: je etensvoorraad, je kolf, je pauze om te kunnen voeden of kolven… Daar moet iets voor wijken. Misschien kun je minder tegemoet komen aan de verzoeken van anderen. Of iets wat je voorheen in je pauze deed, kan nu een tijdje niet omdat je dan gaat voeden of kolven.
Aan de andere kant: dat half uurtje dat je elke vier uur gaat zitten voor voeden of kolven, is een prima pauze. Die zou iedereen eigenlijk zo moeten nemen.
Het draait meer om jou
Als jij de bron bent van de voeding van je kind, draait het meer om jou. De vader/partner kan dat ook zo ervaren: eerst draag jij het kind, jij baart het en daarna ga jij het voeden. Staat hij daardoor niet lange tijd van de zijlijn toe te kijken? Het zou mooi zijn als je het daar af en toe over kunt hebben, want juist zorgzame of betrokken partners kunnen dit moeilijk vinden. En tegelijkertijd is het voor de moeder heel mooi om zoveel voor je kind te kunnen betekenen. Een baby ‘voeden’ betekent niet alleen melk erin gieten.
Het gaat ook om het contact en elkaar steeds meer aanvoelen, leren kennen. Dat is mooi – en een hele taak, die je op je neemt.Het heeft effecten op je lichaam
Melk aanmaken voor je kind kost natuurlijk energie en die wordt uitgedrukt in calorieën. Je verbruikt dus extra calorieën. Of je veel (extra) afvalt door het borstvoeding geven, hangt van je lichaam en je gewoontes af. Een lichaam dat veel is aangekomen en afgevallen in de loop der jaren, is geneigd om veel vetvoorraden vast te houden als er extra energie verbruikt wordt. Oftewel: heb je veel gelijnd en gejojood, dan is de kans kleiner dat je snel afvalt door het geven van borstvoeding. Maar als je het niet doet, val je zeker niet gemakkelijker af na de zwangerschap.
Gezonde moeders zonder gewichtsproblemen vallen door het geven van borstvoeding vaak gemakkelijker af na de zwangerschap, zodat ze sneller weer op hun oude gewicht zitten. Ben je tenger en/of val je gemakkelijk af, dan zul je flink moeten bunkeren om de energie weer bij te eten die je in de moedermelk steekt. Overigens kan het best leuk zijn om mooi slank te zijn maar wel grotere borsten te hebben zo lang je borstvoeding geeft.
Wellicht een overbodige opmerking, maar als je minder gaat bewegen, teveel eet of te weinig rust en ontspanning voor jezelf regelt, is de kans dat je snel een gezond gewicht bereikt natuurlijk klein.
Een goede voorbereiding is het halve werk
De eerste dagen en weken na de bevalling zijn belangrijk als je borstvoeding wilt gaan geven. Jij en je kindje moeten leren hoe je dat samen doet. Het gaat lang niet altijd meteen gemakkelijk. Goed advies van je kraamhulp of een lactatiekundige kan helpen als het niet vanzelf gaat. Een beetje pijn kan voorkomen in het begin, maar als de pijn erg is of blijft, is de kans aanwezig dat je kindje niet goed aanhapt.
Al een kolf in huis hebben is nuttig als je kindje de melk er de eerste dagen niet goed uitkrijgt. Er wordt wel geadviseerd om hem pas te kopen als je kindje er is, omdat je dan misschien beter weet wat je wensen zijn, maar eigenlijk weet je pas of je kolf bevalt als je hem gebruikt en dan kun je hem toch niet meer ruilen. Als je de kolf al beschikbaar hebt direct na de bevalling en het voeden gaat niet meteen goed, kun je de eerste milliliters melk afkolven, zodat de voeding op gang komt en je kindje met een theelepeltje die belangrijke eerste (vette) melk binnenkrijgt. Zorg anders eerst voor een handkolf en kijk later of je een elektrische wilt, als je bijvoorbeeld gaat werken.
Als je besloten hebt om borstvoeding te geven en het gaat moeizaam, vraag dan hulp of advies. Aan een professional of aan een familielid of vriendin die er ervaring mee heeft. Het is zonde om op te geven als er gewoon oplossingen zijn.
Als je het wilt, hoe lang dan?
Je zult best moeilijke momenten tegenkomen bij borstvoeding, bijvoorbeeld als je weer gaat werken. Om te voorkomen dat je dan telkens moet gaan zitten piekeren wat je nou wilt, is het prettig om van tevoren te besluiten hoe lang je borstvoeding wilt gaan geven. Als het echt niet meer gaat, kun je altijd nog besluiten om eerder af te bouwen. Dan hoef je je overigens niet schuldig te voelen. Iedere week dat je kind borstvoeding krijgt, hebben jullie daar beiden voordelen van. En als het niet gaat, geeft dat zoveel stress dat niemand er wat aan heeft.
Samengevat
Al met al ‘dwingt’ het geven van borstvoeding je om vaak bezig te zijn met je lichaam, je gevoel, je kind en hoe je dingen goed voor jezelf kunt regelen. Eigenlijk precies de dingen waar mensen vaak te weinig tijd en aandacht voor vrijmaken. Je kunt de naderende geboorte van je kindje dus als aanleiding gebruiken om je focus en je prioriteiten bij te stellen. Een flinke uitdaging, maar het kan je een hoop opleveren voor jezelf en je baby.
Meijke van Herwijnen
Voedingswetenschapper, schrijfster, coach en moeder van David (geboren oktober 2011)
www.klaarvoordebaby.nl -
De dokterstas
Tweet
Geplaatst op 24 april, 2012 2 reactiesSamenwerken met de verloskundige
Als kraamverzorgende werk je met heel veel andere beroepsgroepen samen. In de eerste plaats is dat de verloskundige. De kraamverzorgende is de ogen en oren van de verloskundige. Daar waar de verloskundige om de dag een half uurtje binnenkijkt, is de kraamverzorgende de hele dag aanwezig om moeder en kind goed in de gaten te houden.

Met de huisarts
Dan heb je nog de huisarts. In bijna alle gevallen doet de verloskundige de bevalling en de kraambedcontroles en in dat geval komt de huisarts enkel en alleen even langs om kennis te maken met de nieuwe wereldburger en de ouders te feliciteren met de komst van hun kindje. Als de baby nog niet is nagekeken door de kinderarts, dan doet de huisarts dit tijdens het consult aan huis.Met de Jeugdgezondheidszorg
Dan is er nog de screener van de Jeugdgezondheidszorg die de hielprik en de gehoorscreening doet en uiteindelijk draagt de kraamverzorgende haar zorg over aan de wijkverpleegkundige van de Jeugdgezondheidszorg. We hebben in Nederland een prachtig systeem opgebouwd rondom de pas bevallen ouders en de pasgeborene. Een systeem waar we best trots op mogen zijn.Een komen en gaan van de genoemde disciplines bij het pas bevallen gezinnetje is voor de kraamverzorgende de normaalste zaak van de wereld. Zo normaal dat je af en toe even niet goed oplet …………..
Bezoek
Het was deze keer bij een gezin net over de provinciegrens in Drenthe. Een streek waar ik niet zo heel vaak werk en dus alle zorgverleners niet goed ken. Het was op een middag, de kraamvrouw lag te slapen en ik had met haar afgesproken dat ik haar om 15.00 uur zou wekken. Er zou die middag nog bezoek komen en dan was ze nog even in de gelegenheid om zich wat op te frissen. Het zal ongeveer kwart voor drie zijn geweest toen de deurbel ging. Toen ik de voordeur open deed, stond daar een keurig geklede man van ongeveer 50 jaar met een voor mij zo herkenbare tas in zijn linkerhand. De dokterstas! Ik gaf de man een hand, luisterde waarschijnlijk helemaal niet naar zijn naam, en liep heel vanzelfsprekend met deze man de trap op. Al lopend noemde ik nog even dat de kraamvrouw lag te slapen maar dat ik haar toch zo moest wakker maken. De ‘dokter’ vroeg nog aan me of hij dan niet beter beneden kon wachten. Met het idee dat hij toch nog de baby zou moeten nakijken leek het me echter handiger dat hij direct maar mee naar boven zou lopen. Overigens is kwart voor drie voor een huisarts een hele gangbare tijd. Het is dan nog lekker rustig in huis, nog geen bezoek en de huisarts kan dan even rustig zijn of haar ‘ding’ doen. Ik liet hem binnen in de kraamkamer en kondigde hem aan bij de kraamvrouw.Stethoscoop of Bijbel
De kraamvrouw ging verschrikt rechtop zitten en gaf de ‘dokter’ een hand en zei terwijl ik een verwijtende blik kreeg toegeworpen: ‘dag dominee’. In een flits keek ik nog even naar de ‘dokterstas’ die dus helemaal geen dokterstas bleek te zijn. Natuurlijk, in deze tas zou ook prima een Bijbel passen, maar uitgerekend ik had dat niet zo snel bedacht. Daar stond ik dus met een dominee die geen dokter was en met een kraamvrouw die wellicht liever door de huisarts wakker gemaakt had willen worden dan door de dominee, waar ze zich eerst voor had willen opfrissen.‘Oh, pardon, u bent de dominee? Naar uw tas te hebben gekeken dacht ik toch echt dat u de huisarts was. Neem mij niet kwalijk. Wellicht is het dan toch een goed idee wanneer u weer met mij naar beneden gaat. Ik heb de thee al klaar en ondertussen kan de kraamvrouw even rustig wakker worden’. Al pratend liep ik richting de trap en de dominee liep keurig achter me aan. Verbouwereerd liet ik de kraamvrouw achter. Toen de dominee een uurtje later het huis verliet kon ik mijn inschattingsfout uitleggen aan de kraamvrouw. Gelukkig kon ze er hartelijk om lachen!
Geesje Fokkens
Zorgdeskundige en kraamverzorgende
www.kraamzorghetgroenekruis.nl -
Op stap met je baby
Tweet
Geplaatst op 16 april, 2012 Geen reactie
Brigitte Kaandorp heeft er in haar shows heel wat woorden aan besteed. Het georganiseer rondom een baby. En zeker als je dan een keertje weg wil. Net als jij je kind helemaal hebt aangekleed, winterjas aan, sjaal en muts op en dan eindelijk in de auto wil zetten, ruik je iets!! En vervolgens kun je weer helemaal opnieuw beginnen. En je was al zo laat….Deze situaties zijn niet te voorkomen. Je kunt nou eenmaal niet met je baby afspreken dat ze haar behoeften nog even ophoudt. Toch zijn er wel manieren om deze situaties ontspannender te laten verlopen. Je kunt zelf een heleboel doen om ervoor te zorgen dat je niet te vaak in dit soort stressvolle situaties terecht komt.
EEN DAG OP STAP MET JE KINDJE
- Als je ‘s morgens een afspraak hebt, of een dagje weg gaat zorg er dan voor dat je ruim van tevoren opstaat. Plan altijd wat extra tijd in voor onverwachte dingen die gebeuren. Je kunt dan rustig aan doen. Voor je kindje is het ook niet fijn als je aan het haasten bent. Je baby voelt dat haarfijn aan en zal niet bepaald meewerken. Mocht je uiteindelijk tijd over hebben, neem dan die gelegenheid om nog even lekker met je kindje te knuffelen, of te spelen.
- Leg de dag voordat je ergens naartoe gaat, al dingen klaar. Pak de luiertas bijvoorbeeld alvast in met luiers, doekjes, speentje, slabbetje, voeding en wat speeltjes. Dit scheelt de volgende ochtend weer tijd.
- Denk vooruit. Probeer je voor te stellen hoe de dag eruit gaat zien, hoe lang je weg blijft en wat je nodig zou kunnen hebben. Zo voorkom je dat je overvallen wordt door een bepaalde situatie.
- Bedenk ook hoe je je kind het beste kunt vervoeren. Is een wandelwagen handig? Of is het toch praktischer om je kindje in de buikdrager mee te nemen.
- Probeer je ook in te leven in je kind. Is het voor haar lekker om een slaapje te doen in een wandelwagen? Of slaapt ze lekkerder in een campingbedje?
Je kunt stressvolle situaties heel vaak voor zijn door zelf vooruit te denken en te plannen. In het begin is dit even heel lastig en voor je gevoel is de spontaniteit er dan af misschien. Maar het zorgt er voor dat je beter voorbereid bent. Een goede voorbereiding geeft rust en ontspanning. Natuurlijk ontkom je er dan niet aan dat je kindje vlak voor vertrek gepoept blijkt te hebben. Maar als je ruim op tijd bent, kun je het je permitteren om haar nog even rustig te verschonen.
Ellie Norden is professional organizer. Meer informatie vind je op haar website. www.handenuitdemouwen.com -
De weg naar dromenland…
Tweet
Geplaatst op 13 april, 2012 Geen reactieDe weg naar dromenland begint heeft een duidelijk startpunt. Als je met een bedtijdroutine, op tijd naar bed gaan, consequent zijn, een goed bedje en een goede slaapomgeving de weg plaveit voor je kleintje, dan is hij zo vertrokken. Eerder beschreef ik een aantal valkuilen waar je makkelijk in kunt stappen als liefdevolle en goedwillende ouder. De eerste vijf vind je in eerdere blogs. Dit waren: 1) Te laat naar bed gaan, 2) Te weinig slaap, 3) Geen bedtijdroutine en 4) het faciliteren van slecht slapen en 5) te snel overstappen op een nieuw groter bedje. Ik sluit het af met nummer 6: geen goede slaapomgeving.
Een goede slaapomgeving
Om goed te kunnen slapen, heb je een goede slaapomgeving nodig. Lekker slapen wil immers niet in een eng kamertje, op een vervelend matras of als je het koud hebt. Je kunt dit dus letterlijk opvatten. Een goed bedje, een goed matras., een kamertje wat niet te warm of koud is (idealiter tussen de 16-18 graden) en een bedje wat veilig is met een slaapzak wat je lekker warm houdt. Dat geeft gegarandeerd een goed slaapje, als je het combineert met regelmaat.
Moet je daar veel dingen voor doen? Eigenlijk niet. Juist minder is beter in dit geval. Houd het simpel. Een bed is geen speelpaleis. Allerlei muziekmobieltjes, knuffels, toeters en bellen: laat die lekker in de woonkamer. Een slaapkamer moet rustig zijn: rustige kleuren, niet teveel ‘gedoe’ in en om het bed. Dat geldt voor baby’s, maar zeker ook peuters, kleuters en kinderen! Zelfs volwassenen slapen beter als de slaapkamer rust uitstraalt.
Een bedje mag dus best leeg zijn en het kamertje aan de saaie kant. Investeer wel in goede gordijnen: zo wordt je uk niet ongewild te vroeg wakker door dag- of zonlicht, binnenschijnende lampen en andere kwelgeesten. Het kamertje mag donker zijn. Als op een schaal van 1 tot 10 ‘1’ staat voor erg licht en ‘10’ voor pikdonker, mag het kamertje een ‘8’ hebben. Een klein nachtlampje, niet te fel en gewoon rustig, kun je dan in het kamertje plaatsen.
En verder?
De meeste ukjes, van welke leeftijd dan ook, die slecht slapen of ineens minder goed gaan slapen, hebben ‘last’ van een van de valkuilen. Of ze zijn ziek, zitten in een ontwikkelsprong. De truc is om altijd een ritme te volgen en consequent te blijven. Natuurlijk, als je kleintje ziek of uit zijn hum is, ga je dat ritme niet afdwingen. Dat is zeker niet de bedoeling. Je probeert mee te gaan met je kleintje, troost te geven. Probeer zoveel mogelijk nieuwe gewoontes (zoals het bij je in bed slapen) te voorkomen, als je ze straks ook niet wenselijk zou vinden. Bedenk altijd: voor nu is het misschien leuk, maar is dit straks ook nog leuk? Door na de periode van ziekte of de sprong weer consequent je regelmaat op te pakken, zal je kleintje er zo weer inzitten. De weg naar dromenland is een ritmische. Volg je ritme, wees er flexibel in (laat het meegroeien met je kleintje, kijk goed naar je kind), op tijd op bed leggen, een bedtijdritueel, een fijne slaapomgeving: ze zullen je kleintje helpen om goed te leren slapen. En dat is voor iedereen fijn.
Meer weten?
Check de websites:
Over Stephanie
Stephanie Lampe is onrust- & slaapdeskundige en auteur van diverse boeken op dit gebied. Ze is oprichtster van de Stichting Onrustige baby en eigenaar van Ikbenmama.nl. Bovenal is ze trotse mama van drie dochtertjes (7, 5 en 2 jaar).
-
Werkende moeders krijgen steeds dikkere kinderen
Tweet
Geplaatst op 26 maart, 2012 Geen reactieHet web was vorig jaar te klein, toen Amerikaans onderzoek het verband aantoonde tussen werkende moeders en overgewicht bij kinderen. Gemiddeld, calculeerden ze, krijgt een kind van een werkende moeder er elke vijf maanden een pond meer bij dan andere kinderen. Eenmaal in groep zes blijken deze kinderen zes keer zoveel kans te hebben op overgewicht.

De reden?
De onderzoekers stellen dat er simpelweg niet genoeg gezonde kant-en-klaarmaaltijden zijn. De kakelvers ogende gerechten, soepen, sauzen, tussendoortjes en toetjes die overal gefabriceerd worden, zitten bomvol conserveermiddelen, suikers en vetten. Ook in Nederland.
Ga maar na:
- In Nederland is het aantal werkende moeders de laatste jaren enorm gestegen, naar 70 procent. Onze overheid blijft deze ‘arbeidsparticipatie’ stimuleren. Elke werkende moeder weet hoe weinig tijd er zit tussen het eind van een werkdag en kinderbedtijd. Te weinig om, ik noem maar iets, uitgebreid zelf bouillon te gaan trekken.
- Ook in Nederland wint goedkoop het nog maar al te vaak van goed. Van alle Europese landen, heeft de Nederlander het minste geld over voor eten. De Amerikaanse veel-voor-weinig-eetcultuur wordt met liefde omarmd. Geloof mij: een hamburger van mooi vlees, op een vers wit broodje kán niet voor 1 euro geproduceerd worden.
In Nederland zweren we bij ons ‘broodje’ tussen de middag. Terwijl kinderen daar nooit genoeg energie uit halen voor de rest van de dag. Met veel gesnack als gevolg. En als het dan eindelijk tijd is voor het avondeten, hebben ze geen honger meer en zijn ze te moe. Wie heeft z’n kind nou nog nooit verleid z’n avondeten, of tenminste nog 8 hapjes, op te eten, met iets lekkers toe?
Ouders van nu willen af van vlug-vlug, snel-snel en terug naar kwaliteit van leven. Met aandacht voor het moment, aandacht voor kwaliteit en aandacht voor elkaar. Ook aan tafel. Daar hebben we kant-en-klaar-alternatieven bij nodig waar we op kunnen vertrouwen. Echt en puur eten, dat onze kinderen kunnen ontdekken met hun mond, ogen, neus en tong.
…en ik kan het weten
Als werkende moeder liep ik elke dag tegen hetzelfde duivelse dilemma aan. De tijd die ik investeerde in boodschappen doen en koken, raakte ik voor straf kwijt aan tafel. Terwijl juist dat hét gezinsmoment bij uitstek is, en al helemaal voor een Française.
Ik wil het goede voorbeeld geven. Door een moeder te blijven die zielsveel van haar gezin houdt, die, als het even kan, graag zelf kookt en die vasthoudt aan haar eigen drijfveren en doelen.
Daarom ben ik Madaga gestart. Mijn bedrijfje kookt vers voor kleintjes van drukke ouders. Want ik geloof dat álle ouders het beste voor hun kinderen willen: pure, gezonde voeding en veel, heel veel persoonlijke aandacht. Zodat ze aan tafel leren genieten van eerlijk, echt eten. En als ze straks groot zijn, intuïtief kiezen voor eten dat echt goed voor ze is.
We zijn een start-up, dus het is even doorpezen. Maar elke dag boeken we kleine succesjes. Dit recente citaatje wil ik je niet onthouden:
“Veel ouders in Nederland kopen in de supermarkt kant-en-klaarmaaltijden voor hun kinderen, maar die zitten vol zout en conserveringsmiddelen. We snappen het wel: ze hebben geen tijd om te koken, maar daarom is Madaga een goed alternatief” zegt Angelika Kindermann – senior kindergeneeskunde en gastro-enteroloog.
Gaaf toch?
Ik geloof heilig in onze missie. Steeds meer ouders sluiten zich aan. Kom ook langs bij ons op Facebook!
2) http://www.nu.nl/economie/2740501/meer-moeders-gaan-werken-crechesubsidie.html
Ingrid, moeder achter Madaga: “De geuren, kleuren en smaken waar ik vroeger, in mijn oma’s keuken in de Bourgogne, door omringd werd, hebben mijn liefde voor eten gevormd. Echt eten raakt je in je kern. Samen koken, samen eten en samen aan tafel zitten is puur geluk. Het is het belangrijkste moment van de dag. Dat moment wil ik ouders van nu teruggeven.”
-
Bevallen als kraamverzorgende en opstaan als moeder
Tweet
Geplaatst op 22 maart, 2012 1 reactieHet is bijna 17 jaar geleden dat ik moeder werd. Als je kraamverzorgende bent heeft dat een andere lading. Datgene waar je zoveel kennis van hebt, gaat je nu zelf overkomen. Het zwanger worden en het zwanger zijn is een hele happening op zich. De verloskundige met wie je menig bevalling en kraambed hebt gedaan is nu je eigen verloskundige. Grappig! Veel kraamverzorgenden zullen dit herkennen.
De uitzet
De babyuitzet moest worden aangeschaft. Het is echt lachen als je als zwangere van je eerste, maar o zo deskundig op het gebied van de babyuitzet, in een babywinkel komt. ‘Je wilt toch het beste voor je kindje?’ ‘Een bakje voor de wattenbolletjes en een bakje voor de wattenstaafjes heb je toch echt nodig’. De winkeljuffrouw bleef volhouden, zelfs toen ik had verteld dat ik kraamverzorgende was. ‘Een apart luier-afval-systeem zou ook reuze handig zijn’! Uiteraard! Voor de dagomzet, maar niet voor mij. Ze ging echter gewoon door: ‘Jullie zijn beide erg lang, dan zou ik als jullie was, voor een in hoogte verstelbare kinderwagen kiezen’. Tja, daar zit wat in. Maar lange mensen krijgen waarschijnlijk ook een lange baby en hoe lang kan deze lange baby dan in de hoogte verstelbare kinderwagen liggen? Dus toch maar de 50 jaar oude kinderwagen van mijn tante Louke?Overtijd
En dan komt de bevalling steeds dichterbij. 38 weken, 39 weken, 40 weken, 41 weken …. Het scenario van in het ziekenhuis bevallen kwam steeds dichterbij. En dat was nu net wat ik niet wilde. Ik wilde baas blijven over mijn eigen lijf en over mijn eigen kind. Gelukkig was mijn verloskundige hiervan op de hoogte en ze besprak met mij daarom een plan waar ik me helemaal in kon vinden. Maar ook maakte ik voor me zelf ook een plan voor het geval ik toch in het ziekenhuis terecht zou komen. Een geboorteplan schrijven was toen nog niet gebruikelijk, maar wat vind ik het een goede ontwikkeling dat zwangeren en hun partners tegenwoordig gestimuleerd worden om een geboorteplan te schrijven.De bevalling
Gelukkig begonnen de weeën spontaan toen ik 11 dagen ‘overtijd’ was. ’s Middags om 4 uur herkende ik de pijntjes in mijn buik als regelmatig terugkerende weeën. ’s Avonds om 9 uur, toen mijn man thuis kwam begon het echte werk. ’s Nachts om 1 uur nestelde de verloskundige zich met een slaapzak bij ons op de bank en ’s ochtends om 7 uur werd onze zoon geboren. Het was gelukt, thuisbevallen! Mijn moeder nam de taak van kraamverzorgende op zich en de kraamtijd kon beginnen.Wel of geen borstvoeding
Maar …….. mijn zoon was niet voornemens om ook maar enkele belangstelling te tonen voor mijn borsten. Terwijl ik zo graag borstvoeding wilde geven. Het zou toch niet zo zijn, dat het geven van borstvoeding mij niet zou lukken? Van mijn nicht, die zelf bewust voor kunstvoeding had gekozen bij haar 2 kinderen, kreeg ik een slabbetje met de tekst ‘Geef mij maar borstvoeding’. Moest uitgerekend zij getuige zijn van het mislukken van de borstvoeding? De volgende dag pakte onze zoon voor het eerst de borst en heeft ‘m een jaar lang niet meer losgelaten. Gelukkig, het was gelukt.Het eerste plasje
Het volgende probleem deed zich echter al weer voor. Zoonlief wilde niet plassen! Als kraamverzorgende had ik menig ouder gerustgesteld dat zoiets vaker voorkomt en dat een baby uiteindelijk echt wel gaat plassen. Maar nu was het m’n eigen kind en ik zag de dreiging van het ziekenhuis al weer naderbij komen. De kinderarts werd ingeschakeld en die gaf ons gelukkig nog 24 uur de tijd, maar dan moest hij toch echt hebben laten zien dat hij kon plassen. ’s Avonds toen mijn man de luier verschoonde en op mijn verzoek met een koud nat watje het piemeltje nog eens grondig schoonmaakte, kwam met een prachtige boog de blaasinhoud naar buiten. De kraamvrouwentranen biggelden over mijn wangen. Wat een blijdschap en opluchting door een op het oog niets voorstellend plasje. Een zorg minder, ook dit was weer gelukt.Kraamverzorgende zijn en moeder worden
Op dag zes kwam een vriendin van mijn moeder op bezoek en zij opperde dat het voor mij allemaal een makkie zou zijn. Ik wist toch alles al? Jazeker, praktisch gezien wel, maar is wist niet wat het was om moeder te zijn en hoe kwetsbaar je bent op het moment dat je een kindje verwacht en krijgt. De onzekerheden, de zorgen die je als moeder hebt. Het gaf mij een heel andere kijk op het moederschap.Het is gelukt
Net als die ene keer toen onze zoon, inmiddels 2 jaar oud, niet wakker wilde worden. Dat paste helemaal niet bij hem. Hij, die altijd om 6 uur ’s ochtends naast ons bed stond en nu om 8 uur nog diep in slaap was. De thermometer gaf aan dat hij een temp had van iets meer dan 35,8 graden. Paniek dus! Eenmaal bij de huisarts in de spreekkamer met een nog wat suffig kind, kreeg ik te horen wat ik eigenlijk allang wist. Met een grote glimlach op z’n gezicht vertelde mijn zeer gewaardeerde huisarts mij, zonder verdoving: ‘Je kind heeft gewoon last van een moeder die kraamverzorgende is en altijd klaar staat met de thermometer’. Au, dat deed zeer!
Ik beschouwde het uiteindelijk maar als een compliment. Ik was inmiddels een kraamverzorgende geworden met oog voor professionaliteit en deskundigheid en met het inlevingsvermogen van een moeder. Ook dat was weer gelukt!Geesje Fokkens
Zorgdeskundige en Kraamverzorgende
Kraamzorg Het Groene Kruis
www.kraamzorghetgroenekruis.nl -
Een groter bedje?
Tweet
Geplaatst op 16 maart, 2012 Geen reactieWanneer kan mijn kleintje in een groter bedje slapen
De lente zit duidelijk in de lucht en gek genoeg geeft dat ook kriebels om binnen veranderingen door te voeren. De laatste tijd bereikt mij meer dan gemiddeld de vraag: Wanneer kan mijn kleintje in een groter bedje slapen? Laat dat nu toevallig de vijfde valkuil zijn.
De valkuilen
Eerder beschreef ik een aantal valkuilen waar je makkelijk in kunt stappen als liefdevolle en goedwillende ouder. De eerste vier vind je in eerdere blogs. Dit waren: 1) Te laat naar bed gaan, 2) Te weinig slaap, 3) Geen bedtijdroutine en 4) het faciliteren van slecht slapen. Nummer 5 is te snel overstappen op een nieuw groter bedje.
Een groter bed
Soms is je kleintje een waar slaapkopje. Slapen gaat altijd goed. Kleintjes worden groter en het moment om het ledikantje te verruilen voor een groter bedje nadert met rappe schreden. Een hele ontwikkeling en hele stap! Een die soms net wat te snel wordt genomen. Omdat je spruit uit een ledikantje klimt, omdat een broertje of zusje op het ledikantje wacht of welke reden dan ook. Als je kleintje te snel naar een nieuw bed gaat, kan dit zorgen voor slaapproblemen.
Niet klaar voor om het kleinere bedje te verlaten
Veel kinderen maken de sprong naar een groter bed als ze peutertje worden. Niet voor niets is er een kleiner groter bed: het peuterbedje. Een kind is peuter als het twee of drie jaar oud is, maar in veel gevallen wordt het ledikantje al vaarwel gezwaaid als je kind eerder twee dan drie is. Dat kan te vroeg zijn. Kinderen tot drie jaar zijn er soms nog niet klaar voor om het kleinere bedje te verlaten. Ze hebben nog niet de cognititieve ontwikkeling doorgemaakt en de zelfcontrole ontwikkelt om in zo’n bedje te kunnen blijven liggen. Er is immers minder begrenzing en veel meer ruimte in een groter bed.Broertje of zusje op komst?
Heb je de grote sprong gewaagd en gaat het niet (meer) goed met het slapen? Stap dan gewoon terug. Dat is geen mislukking, maar gezond verstand. Je probeert het dan later gewoon nog een keer. Ga je de sprong nog wagen en is er een broertje of zusje op komst? Verander dan van bedje voordat de baby er is. Het liefste uiterlijk twee maanden voordat je bevalt. Anders kan het teveel van het goede worden voor je peutertje: en mama en papa moeten delen en je bed ingepikt zien! Is dit lastig, stel dan de overgang uit tot de baby zo’n drie tot vier maanden oud is en iedereen gewend is aan het nieuwe broertje of zusje.Peuterbedje
Sommige kinderen stappen met gemak een peuterbedje in, anderen moeten echt even wennen. Zeker als de overgang gepaard gaat met andere veranderingen, zoals een broertje/zusje op komst, het starten op de crèche of zindelijk worden. Gaat het om je oudste uk? Dan is de kans wat groter dat de overgang wat minder makkelijk gaat. Jongere broertjes/zusjes willen graag ‘groot’ zijn en op hun oudere broer/zus lijken en maken de stap wat makkelijker om die reden. Probeer in ieder geval het peuterbedje op dezelfde plek te zetten als waar het ledikantje stond. Slaapt je peutertje in een slaapzakje? Houd deze dan gewoon nog aan en bouw dat later pas af. Een ding tegelijkertijd. Houd er rekening mee dat je peuter in het begin nog uit het bedje kan vallen, nog moet wennen aan de ruimte. Een bedrail of een matras/kussen op de grond kunnen de pijn voorkomen of verzachten. Tot slot: maak er een feestje van. Als je een poosje van te voren de grote gebeurtenis aankondigt, je peutertje betrekt bij de nieuwe spulletjes en hem/haar de hemel in prijst omdat dit zo knap en groot is, zal hij veel enthousiaster zijn peuterbedje induiken.Meer weten?
Check de websites:
Over Stephanie
Stephanie Lampe is onrust- & slaapdeskundige en auteur van diverse boeken op dit gebied. Ze is oprichtster van de Stichting Onrustige baby en eigenaar van Ikbenmama.nl. Bovenal is ze trotse mama van drie dochtertjes (7, 5 en 2 jaar).
-
Babykleertjes
Tweet
Geplaatst op 12 maart, 2012 Geen reactieHeb je ook zoveel babykleren gekregen tijdens je kraamtijd? Sommige draagt je kindje nu al. Maar veel kleertjes zijn nog te groot. En een ander gedeelte vind je helemaal niet mooi! Hoe hebben ze nou zoiets kunnen kopen? En nu zit jij met een hele stapel babykleren die niet gebruikt wordt. Wat doe je ermee?

Toen mijn eerste kind werd geboren vond ik het prachtig al die cadeautjes. Er hing een hele waslijn in de kamer met een heleboel kleren. In eerste instantie vond ik alles mooi. En grote maten leek me juist heel handig. Want dan had je ook nog wat als je baby weer wat groter was. Echter, toen de kraamperiode voorbij was en de waslijn uit de kamer gehaald werd, zat ik ineens met een hele hoop gekregen kleertjes. Daarnaast had ik natuurlijk zelf ook een hele garderobe aangeschaft. Het duurde niet lang of de hele kast lag en hing propvol met kleding. Ik had geen overzicht meer. Gevolg was dat de helft niet gedragen werd en het een bende was in de kast.
Vijf tips voor het organiseren van je baby garderobe:
- Leg alleen kleding in de kast wat je kindje nu past, en een maatje groter. Zo hou je overzicht en raakt je kast niet overvol.
- Doe grotere kleding in een mooie doos, of mand (liefst met deksel). Bewaar dit echter niet op zolder, of op een andere plek waar je ze zelden tegenkomt. De kans is groot dat je dan vergeet dat je ze hebt. Zet de doos op de kast of zet het gewoon in het slaapkamertje. Als het een decoratieve doos, of mand is, maakt dat helemaal niet uit en staat het juist gezellig.
- In de eerste paar maanden groeit je kind vrij hard. Voor je het weet groeien ze uit hun kleren en is er weer een nieuwe maat nodig. Om te voorkomen dat de kledingkast vol komt met te kleine kleren, kun je een mandje, of doos onderin de kledingkast zetten. Telkens wanneer je merkt dat er iets te klein is, was je het en leg je het in de mand. Is de mand vol? Dan kan het op zolder voor een eventueel volgend kindje. Of je kunt het wegbrengen naar familie, vrienden, of kledingbank.
- Leg de kleren die je eigenlijk helemaal niet mooi vindt, niet in de kast. De kans is heel klein dat je ze ooit gebruikt. Geef ze meteen weg, of breng ze naar de kledingbank.
- Koop geen kleding wat nog maten te groot is, hoe verleidelijk soms ook. Misschien vind je het tegen de tijd dat het past, helemaal niet meer mooi. Of is die ene trui veel te warm in de zomer. Twee maten vooruit is groot genoeg.
Succes ermee en ik hoor graag wat jullie ervaringen zijn!
Ellie Norden is professional organizer. Meer informatie vind je op haar website. www.handenuitdemouwen.com -
Oordelen & Behoeftes
Tweet
Geplaatst op 9 maart, 2012 Geen reactie“Oordelen en Behoeftes”
Door Selma Weideman : “Vele mensen die ik tegenkom in mijn praktijk of privé, maar ook op twitter, facebook, LinkedIn, en andere media, “oordelen” en deze “oordelen” worden de gehele dag door geuit. Oordelen over van alles en nog wat. Oordelen over anderen, kinderen en zichzelf. Uiteindelijk wordt niemand blij en gelukkig van een oordeel en geeft het veel stress.
Wat mijn werk als Coach en Baby- Kinderfluisteraar nou zo mooi maakt, is dat ik achter elk oordeel de behoefte voel en zie. Deze spreek ik uit naar ouders, kinderen en volwassenen. Zodra dat gebeurt, ontstaat er ruimte voor de werkelijke behoefte.
Mensen oordelen snel en makkelijk, uit een stukje gewenning, opvoeding, gewoontes, of gewoon door niet stil te staan bij wat nou je eigen behoefte is. Als je je behoefte kan voelen, verdwijnen alle oordelen als sneeuw voor de zon. Achter elk oordeel schuilt namelijk een onvervulde behoefte.
Een voorbeeld uit de praktijk:Mijn kind is altijd boos (oordeel 1) en mijn omgeving begrijpt er niets van (oordeel 2).
De behoefte achter deze 2 oordelen zijn:1. Ik zou het fijn vinden als mijn kind blij zou zijn.
2. Ik zou het fijn vinden als mijn omgeving begripvol zou zijn en een luisterend oor zou bieden.Nu is het de kunst om deze behoeftes te leren uitspreken naar de ander, elke keer als je een oordeel hebt, voel dan je behoefte en spreek deze uit. Vul niet in wat een ander misschien van jou zal denken, ook dat is oordelen. Je kunt er niet vanuit gaan dat een ander weet wat jouw behoeftes zijn. Wees dus duidelijk en uit waar jij behoefte aan hebt, zonder een oordeel te geven.
Als het je lukt om op deze manier te communiceren zul je merken, dat je je veel minder gauw boos, ongeduldig en geïrriteerd voelt. Het gaat niet vanzelf, geef jezelf de tijd om deze manier van communiceren eigen te maken en vraag om hulp als je daar behoefte aan hebt. Uiteindelijk kost dit minder energie en blijf je dichter bij jezelf.Succes!
Hartelijke groet,
Selma Weideman
Babyfluisteraar en Coach
info@selmaweideman.nl
www.selmaweideman.nl
0548 – 200 006





