Borstvoeding, wat moet je daar nou over schrijven

Gonneke en Jelle

Door Gonneke van Veldhuizen-Staas, IBCLC: De eerste keer dat ik nadacht over borstvoeding was toen ik samen met mijn al meer ervaren schoonzusje de lijst van het kraamborgbureau doornam, 31 jaar geleden. ”Dit en dit en dit kun je doorstrepen” zei ze, terwijl ze met ferme hand een aantal items op het lijstje onleesbaar maakte, ”want jij gaat toch borstvoeding geven.” Dus. Vastgesteld feit. Ze had wel gelijk, want natuurlijk ging ik borstvoeding, al was het alleen maar om mijn zeer hoog-opgeleide oudste zus die de fles had gegeven dwars te zitten (in die tijd was borstvoeding geven juist niet iets dat hoogopgeleiden deden, dat is pas iets van de laatste tijd). De huisarts, die mijn thuisbevalling zou gaan begeleiden (dat kon toen nog zonder problemen) zag mijn ingetrokken tepel niet als een bezwaar: die krijgt die kleine van je er wel uit. Hij bleek gelijk te hebben. In het ziekenhuis, waar ik als gevolg van complicaties toch terecht kwam dachten ze daar anders over. Plat op mijn rug liggend vanwege de totaalruptuur moest ik voeden met een tot tepelhoed omgetoverde flessenspeen erop. Mijn slimme dochter trok haar eigen plan: die met dat gekke ding erop liet ze voor wat het was en ze dronk haar deel uit die andere. Eenmaal thuisgekomen kwam het allemaal goed, de dokter kreeg achteraf toch gelijk en ”de borstvoeding ging lekker”. Tot het consultatiebureaubezoek met 8 weken. ”Begin maar eens met een lepeltje Roosvicee met water, want ze heeft nu wel wat meer vitaminen nodig” zei de dokter (bedenk, we spreken 1981 hier), twee weken later gevolgd door gezeefde tomaat en nog een paar weken later sinaasappelsap en liga. Tegen de eerste halve verjaardag at dochter vrijwel met de pot mee en dronk tussendoor de borst. Tegen dat de tweede kwam had ik me beter ingelezen, was in contact gekomen met borstvoedingorganisatie LLL en dat ging een stuk beter. Het water dat mijn zoon volgens de kraamverzorgster moest drinken spoog hij haar terug in het gezicht. Hij kan nu nog net zo boos kijken als toen in 1982. Daarna hield ik het wat de voeding van mijn kinderen betrof maar bij de echte experts en werd er zelf ook één. Eerst als La Leche League leidster en alter als lactatiekundige (1992). Er is veel veranderd in de jaren, maar nog steeds krijgen vrouwen bij de eerste blik tepelhoedjes aangeraden (ook al zijn die inmiddels een stuk minder onhandig dan toen), krijgen borstkindjes om de meest onzinnige redenen water en kunstvoeding toegediend en wordt er veel te vroeg met bijvoeding gestart. Ik verwacht dus inderdaad wel voldoende stof te hebben om over te schrijven. Allemaal over borstvoeding. Want moeders die borstvoeding willen geven hebben alle informatie en steun nodig die ze krijgen kunnen. In dit blog wil ik proberen daar een kleine bijdrage aan te leveren.

Disclaimer: Ik ben vóór borstvoeding, zowel voor moeders en kinderen. Ik ben niet tegen kunstvoeding, vooral niet wanneer moeders op basis van goede informatie een weloverwogen keuze hebben gemaakt. Ik ben wel tegen slechte borstvoeding-begeleiding volgend op pressie om borstvoeding te geven.

 

Share this post

Gonneke

Gonneke

Lactatiekundige op basis van leraar basisonderwijs en La Leche League leidster. Moeder van 5 kinderen en oma van (voorlopig) 1 kleinkind

1 Reply to “Borstvoeding, wat moet je daar nou over schrijven”

  1. Sylvie schreef:

    Hoi Gonneke,
    Net als jij heb ik hart voor borstvoeding. Ik denk dat de meeste moeders het liefst hun baby zelf willen voeden, maar er is nog veel onzekerheid en onwetendheid op dit gebied. En helaas is de overtuiging dat kunstvoeding een volwaardig alternatief is, diepgeworteld in onze samenleving.

    Wat ik van jou heb geleerd zijn de referenties en normen op het gebied van voeding. Kunstvoeding in Nederland de norm? Ik kon het eerst niet geloven, maar ja, helaas is dat zo.

    Het advies ‘borstvoeding verlaagt het risico op wiegendood’ is daar een voorbeeld van. Men zou ook kunnen zeggen ‘kunstvoeding verhoogt het wiegendoodrisico’. Dat is (nog) taboe.

    Persoonlijk vind ik het erg jammer dat nog veel moeders de borstvoeding in de eerset maand opgeven. Mijns inziens is er een ‘gat’ te vullen tussen kraamzorg en het consultatiebureau.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

scroll to top