-
Inbakeren: simpel ingewikkeld
Tweet
Geplaatst op 16 september, 2011 Geen reactie- Door Stephanie Lampe -
Een paar doeken kunnen heel wat stof doen opwaaien. En hoewel ze erg effectief zijn in het verminderen van onrust bij baby’s zullen deze doeken de stof niet wegvegen. Inbakeren: een ‘hot topic’ met naar het schijnt maar twee kampen: ‘you love it or you hate it’.De afwezigheid van een grijsgebied, ofwel polderkampje, kan nogal verwarrend werken. Want hier lees je dat het geweldig is en daar lees je weer dat het bijna ‘evil’ is. Wat moet je dan geloven? Ik schud eerst de bekende aap uit de mouw: ik ben van kamp ‘love it’, maar met een vleugje grijsgebied erbij, want ik vind dat inbakeren bij een overprikkelde en oververmoeide baby hoort waarvan andere oorzaken voor het huilen zijn uitgesloten. Mijn woorden zijn dus wat gekleurd.
Drie huilbaby’s
Dat komt ook omdat ik als mama van drie huilbaby’s (gelukkig volgtijdelijk en niet gelijktijdig) zelf heb ervaren wat inbakerdoeken kunnen doen. Bij mijn eerste prinsesje was ik huiverig: het zag er eng uit. En ik had verhalen gelezen, dat je cursussen moet volgen en dat het echt niet te strak mag en al wat meer. In een vlaag van stoutmoedigheid heb ik toen de oerversie van de Puckababy gekocht en geprobeerd. Maar ik durfde er eigenlijk weinig mee te doen. Hoe anders was het bij mijn tweede prinses. Het inbakerdoekje, deze keer een SwaddleMe, had ik al in huis: ik wist meer, had meer ervaren en wist haast wel zeker -gezien onze genen-, dat we dit doekje goed konden gebruiken. Na de kraamweek ging mijn meiske in haar inbakerzakje en het gaf haar zelfs door de reflux heen rust. Toen de reflux onder controle was, kwam ze in een prachtig slaapritme en konden heel natuurlijk en geleidelijk het doekje afbouwen. Ze is nog steeds onze schoone slaapster. Prinsesje 3 had duidelijk geborgenheid nodig. Geen probleem, want inmiddels kende inbakeren zowel in theorie als in praktijk (bijna) geen geheimen meer voor mij. En ook zij kwam zichtbaar tot rust in het doekje, ontspande en sliep beter. Afbouwen hebben we niet eens gemerkt, zo vanzelf ging het zodra ook haar reflux meer onder controle kwam.
Wonderdoek?
Mijn ervaring is niet uniek. Helaas, want in een ideale wereld drinken baby’s hun buikje vol, gaan ze zoet slapen en zit mama permanent op een roze wolk. De reacties die ik krijg van moeders, na een onrustconsult of een twittervraag, zijn echter identiek: simpel ingewikkeld doet een onrustige baby het beter. Dan krijg je toch die ideale wereld. Is het dan een wonderdoek? Moet elk kind ingewikkeld worden? Nee, absoluut niet. Het is geen trenditem, geen must-have voor elk pril leventje en het is zeker geen oplossing voor alle onrustproblemen. Het is een hulpmiddel, voor onrustige baby’s. En dan die variant die overpikkeld en oververmoeid is. Want een baby met pijn krijg je met een doek echt niet rustig. Inbakeren is een ‘pleister’ wat bij slapen hoort en kan helpen je baby iets meer te laten slapen en in een ritme te laten komen. (Te) lang slapen zal een onrustige baby vreemd zijn. Misschien zelfs überhaupt overdag slapen. En als slapen sprokkelwerk wordt van een half uurtje hier en een half uurtje daar, en als mama op haar tandvlees loopt, dan is dat voor niemand goed. Het geeft spanning en onzekerheid en zonder slaap kan je ukje niet groeien en bloeien. Als een inbakerdoek de vicieuze cirkel kan doorbreken, dan is dat geweldig.
Met ’n kanttekening
Eng hoeft inbakeren niet te zijn, want de systemen van tegenwoordig zijn kant-en-klaar, een kind kan de was doen. Zolang je het doek gebruikt waar het voor is bedoeld. Dat betekent: inbakeren bij het slapen en ‘uitbakeren’ bij voeden en wakker zijn, de doeken gebruiken om een ritme te krijgen en onrust te verminderen en niet inzetten als middel om baby eerder te laten doorslapen of een goed slapende baby langer te laten slapen. Afbouwen rond 4-5 maanden of eerder als het niet meer nodig is. Inbakeren is onderdeel van ‘een programma’ van rust & regelmaat. Met een doek alleen ben je er dus niet. En zet het geen zoden aan de dijk? Trek dan aan de bel, want er kan meer aan de hand zijn.
Inbakeren: naar mijn mening een mooi hulpmiddel in desperate tijden. Soms is net een beetje meer nodig. Een paar doeken maken dan een wereld van verschil: beter een uitgeruste mama die geniet en responsiever kan zijn en een uitgeruste baby in een ritme dan een donderwolk wat van kwaad tot erger gaat, toch? Ieder zijn ding, pak de informatie en de meningen en vorm je eigen onrustplan. Want mama’s zijn niet voor niets zo uitbundig uitgerust met uniek moederinstinct: jij weet wat het beste is voor jouw ukje. Pure maatwerk, vertrouw erop!
Meer weten?
Check de websites:
Over Stephanie
Stephanie Lampe is onrust- & slaapdeskundige en auteur van diverse boeken op dit gebied. Ze is oprichtster van de Stichting Onrustige baby en eigenaar van Ikbenmama.nl. Bovenal is ze trotse mama van drie dochtertjes (7, 4 en 1 jaar).
-
Reflux: meer dan spugen
Tweet
Geplaatst op 2 september, 2011 1 reactieStel je voor: je drinkt dagelijks een keer of acht het pure accuzuur uit je auto. Dat is best zuur en niet zo lekker. Stel je daarbij ook voor dat op je slokdarm allerlei wondjes zitten, waardoor het zuur nog eens extra inbrandt. Je kunt niet praten en niemand lijkt te begrijpen waarom je zo moeilijk doet. Je wordt alleen steeds plat neergelegd, waarbij het zuur nog eens extra omhoog komt en ze laten je misschien huilen. Vreemd? Dit is precies wat een baby met reflux ervaart. Maagzuur heeft namelijk dezelfde ph-waarde als het accuzuur uit je auto en is dus net zo zuur en net zo bijtend.
Reflux komt vaker voor dan je misschien zou denken. In Amerika worden jaarlijks acht miljoen baby’s geboren. Hiervan heeft 85% reflux in onschuldige vorm (spugen) gedurende de eerste weken van het leventje. Bij 50% van deze ukjes is er reflux in minder onschuldige vorm. 60-70% van deze baby’s ontwikkelt klinische reflux op de leeftijd van 3-4 maanden. Ernstige reflux komt voor bij ongeveer 8% van de baby’s. Reflux is simpelweg het terugvloeien van de maaginhoud in de slokdarm. Veel baby’s hebben dit en vaak is er niets aan de hand. Je krijgt simpelweg ‘mondjes terug’. Deze vorm wordt Gastro-oesophageal Reflux (GOR) genoemd. Er is wel aan de hand als je baby last heeft van de reflux. Ofwel last heeft van Gastro-oesophageal Reflux Disease (GORD). De oorzaak is bijna altijd de onvolgroeidheid van de tweede spierkring in de maag.
Hoe herken je reflux?
- Je baby is geïrriteerd, onrustig, huilt veel en is daarbij ontroostbaar;
- Je baby slaapt slecht, wordt vaak snel weer wakker, vaak direct huilend;
- Je baby heeft vaak de hik;
- Veel slikken, ‘stik geluiden’, rochelen, hees zijn, vaak hoesten;
- Zwaar ademen;
- Oorontstekingen;
- Weigeren te drinken of slechts kort drinken of juist continu om voedingen vragen;
- Overmatig kwijlen of spugen;
- Je baby doet zijn vuistje in zijn mondje, alsof hij zichzelf wil laten kokhalzen;
- Achterblijvende groei;
- Zuur ruiken, vooral uit het mondje;
- Overstrekken en hoofdje naar achteren trekken;
- Moeizaam drinken: snel weer loslaten en weer happen.
Reflux wordt vaak in een adem genoemd met spugen. Sterker nog: er wordt soms een diagnose gemist omdat de baby niet spuugt. Er zijn echter twee soorten reflux: normaal en verborgen. Je raadt het al, bij verborgen reflux spuugt de baby niet of amper. Het opkomende maagzuur slikt deze baby juist weer terug, wat het extra pijnlijk maakt omdat the zuur dan twee keer langs de wonden gaat.
Daar moet je wat aan doen, toch?
Natuurlijk. Want hoewel reflux in de meeste gevallen overgaat als je baby de eerste verjaardagskaarsjes uitblaast, moet er in de tussentijd wel wat worden gedaan. Het is namelijk niet onschuldig. Onbehandelde (ernstige) reflux kan namelijk enorme problemen met slapen, groeien en voeding geven. Soms is het zelfs gevaarlijk, omdat het zuur in de longen kan komen of baby’s kunnen stikken in hun eigen braaksel. Natuurlijk zijn dat extreme gevallen die gelukkig niet vaak voorkomen, maar feit is wel dat een behandeling een wereld van verschil maakt. Voor de baby, die kan gaan groeien en bloeien, en voor de ouders. Want ga er maar aanstaan: dag in, dag uit, maand in maand uit, voor een onrustige baby zorgen. Dat is ‘killing’.
Maar om er wat aan te doen moet je soms even flink in je schoenen staan. Diagnoses komen soms te laat. Reflux wordt helaas soms gezien als een ‘modeverschijnsel’, de onrust niet serieus genomen. Rust & regelmaat zijn de toverwoorden van het moment, dus dat wordt als de oplossing voor alle onrust aangedragen. Alsof je een baby met pijn in een ritme kunt krijgen. Er wordt vooral gekeken naar het huilen en niet naar de onderliggende oorzaak. Huilen is net als koorts een symptoom en geen oorzaak an sich. Je zult het huilen dus nooit echt doen verminderen als de oorzaak niet wordt weggenomen. Een ander probleem is dat reflux initieel wordt verward met darmkrampjes. Bij iedere onrustige baby wordt immers ook vaak gezegd dat het vast krampjes zijn. Dat is ook niet zo verwonderlijk: krampjes komen vaker voor en de symptomen zijn deels gelijk. Het grote verschil is dat darmkrampjes relatief onschuldig zijn en reflux serieus pijn doet.
De oplossing
Als je reflux vermoedt, aarzel dan niet om meteen je huisarts te bellen. Word je daar niet geholpen, dan vraag je om de kinderarts. Laat je niet wegsturen. Als jij denkt dat er iets niet klopt, dan moet er gewoon hulp komen. Je moedergevoel is meestal correct! Als het reflux is, dan is de behandeling vrij simpel. Met maagzuurremmers wordt de aanmaak van maagzuur verminderd. Als je ook nog je baby schuin laat slapen, rechtop voedt en na de voeding een half uur rechtop houdt, dan zal het zeker beter gaan. Met medicatie alleen ben je er nog niet. Nu de pijn weg is, kun je pas werken aan een ritme: je baby leren slapen, de slaapsignalen leren herkennen. Dan pas hebben rust en regelmaat echt zin.
Meer weten?
Check de websites:
www.babyreflux.nl (Behorende bij het boek Baby Reflux of darmkrampjes?)
Over Stephanie
Stephanie Lampe is onrust- & slaapdeskundige en auteur van diverse boeken op dit gebied. Ze is oprichtster van de Stichting Onrustige baby en eigenaar van Ikbenmama.nl.
-
Slapen: hoe pak je het de eerste maanden aan?
Tweet
Geplaatst op 20 juli, 2011 1 reactie
Door Stephanie Lampe: Alle baby’s slapen, maar niet alle baby’s slapen evenveel. Wat is nu normaal en wat niet? Baby’s behoren te slapen als een baby, maar dat betekent niet dat je jonge uk direct nachten doorslaapt of overdag lange rukken slaap gaat halen. Als je baby doorslaapt, dan is dat 5 a 6 uur achter elkaar en dat is nog steeds geen hele nacht. Maar goed ook, want jonge baby’s zijn voorgeprogrammeerd om wakker te worden. Het maagje is simpelweg nog te klein om voor langere tijd voeding op te slaan. Ze moeten ook frequent wakker worden om warm, gezond en geborgen te blijven. Lang en diep slapen: dat is iets voor oudere ukjes en niet voor jonge baby’s.Dat wil niet zeggen dat je niets kunt doen, als je denkt dat je baby wel erg weinig slaapt. Soms zijn er andere factoren in het spel waardoor je baby vaker wakker is dan gemiddeld. Sommige baby’s zijn erg gevoelig, raken snel overprikkeld en/of oververmoeid. Dan wordt slapen lastig en daarmee wordt de voeding chaotisch en je ukje uiteindelijk ontevreden.
Jonge baby’s doen veel slaapjes. Ze bepalen hun eigen ritme. Wat is normaal? Natuurlijk geen enkele baby. Maar als je een richtlijn wilt hebben gedurende de eerste weken, dan kun je ervan uitgaan dan een baby maximaal 90 minuten wakker is. Heb je het idee dat je iets moet doen? Dan kun je werken aan een regelmaat. Dat geeft niet alleen je baby maar ook jou duidelijkheid en rust.
Hoe pak je het aan?
- Als je baby wakker is, dan gaat hij over maximaal 90 minuten* weer slapen. Dit is ook zo als je baby net een hele nacht heeft geslapen.
- Geef na het wakker worden de voeding (uiteraard op verzoek bij borstvoeding). Daarna spelen en knuffelen.
- Bouw de drukte af, maak je baby weer rustig als het bijna slaapjestijd is. Let goed op de slaapsignalen (wegkijken, wegdraaien, wrijven in de oogjes, huilen).
- Laat je niet in de maling nemen als je een erg druk exemplaar hebt. Baby’s worden actief van moe zijn. Dan hebben ze geen behoefte aan meer prikkels, maar aan slaap.
- Leg je baby op bed. Probeer een eigen routine te maken hierbij, zoals knuffelen, muziekje aan, even rustig praten, dag zeggen.
- Houd het rustig: neem je baby niet steeds mee en laat hem de meeste slaapjes gewoon lekker thuis doen.
- Laat je baby even jammeren als hij dat nodig heeft. Wordt jammeren hard huilen, dan ga je uiteraard troosten. Houd het rustig, troost je baby, leg hem weer neer.
- Als je baby weer wakker is, dan ben je er natuurlijk en begint de cyclus weer opnieuw.
- ’s Nachts is het natuurlijk rustiger. Als je baby wakker wordt voor een voeding, dan geef je deze natuurlijk. Daarna (als hij al niet in slaap is gevallen) leg je hem rustig neer. Geen fel licht aan, geen drukke dingen doen en geen uitgebreide gesprekken voeren.
Als je dit consequent doet en er is niets anders aan de hand (een onderliggende medische reden) dan slaapt je baby als een roosje. Slaaptraining heb je nu helemaal niet nodig, kijk goed naar je baby: hij vertelt je alles. Meer weten? Heel veel over slapen lees je ook in het boek Babyreflux of darmkrampjes? Meer over een ritme en hoe je dat aanpakt, lees je in Baby in een ritme
* 90 minuten is een leidraad. Pin je niet vast op de klok. Is je baby echt een slechte slaper, houd dan die 90 minuten als een maximum aan. Blijf ondertussen goed naar je baby kijken. Hij geeft de signalen en kan natuurlijk ook na een uur al moe zijn!
-
Slaap kindje slaap: 10 tips om je baby goed te laten slapen
Tweet
Geplaatst op 30 juni, 2011 2 reactiesHet is de grote hamvraag: hoe laat ik mijn baby beter slapen? Logisch, want hoewel ‘normale’ baby’s best veel slapen, doen ze dit niet super lang achter elkaar. Dat maakt dat ouders na een paar weken best wel moe zijn. Soms ook onzeker, als het baby’tje van de buren van zes weken oud de hele nacht zoet slaapt. Wat is normaal? En hoe help je je baby goed te slapen?
Er valt een boel te vertellen over slapen en baby’s. Dus wat is een mooier onderwerp om deze Blog mee te starten dan slaap? Ik trap af met een mooie top 10. In de volgende blogs ga ik er allemaal dieper op in.
1. Stel je verwachtingen bij, indien nodig
‘Slapen als een baby’: dat zullen baby’s onder normale omstandigheden zeker doen. Maar dat is niet uren achter elkaar. En maar goed ook: want ukjes zijn daar nog helemaal niet klaar voor. Het is dus heel normaal dat je baby veel slaapjes doet die geen uren in beslag nemen. Sterker nog: het is beter zelfs, want zeer jonge baby’s moeten echt minimaal elke drie uur een voeding hebben, ook ‘s nachts. Borstgevoede baby’s krijgen de voeding natuurlijk op basis van vraag en aanbod en willen frequenter een voeding.2. Kijk naar je baby
Baby’s vertellen je wanneer ze moe zijn. Maar je moet het wel zien. Erg jonge ukjes gaan niet uitgebreid in hun oogjes wrijven. Subtiele signalen als wegkijken, draaien met de ogen: dat betekent ‘Ik wil naar bed’. Mis je deze signalen, dank kan het gebeuren dat je baby juist extra alert wordt, alsof je de boot hebt gemist. Als je dan je baby wilt laten slapen is het moeilijk. Juist die baby’s waarvan wordt gezegd dat ze niet genoeg stimulatie en prikkels lijken te kunnen krijgen, ‘de wakkere types’, dat zijn de baby’s die eigenlijk eerder in hun bedje moeten liggen. Overactiviteit is dus ook een slaapsignaal. Zie je dit bij je baby? Leg hem dan eerder in bed bij het volgende slaapje.3. Ritme, ritme, ritme
Vind je het lastig om de slaapsignalen op te pikken? Een ritme geeft je houvast. Als je weet dat en baby van een paar weken oud echt niet langer wakker is dan hooguit 2 uurtjes, liever nog 90 minuten, dan weet je ongeveer wanneer je de slaapsignalen kunt verwachten. En zie je ze niet, dan is het altijd beter om na circa 80 minuten je baby klaar te maken voor slapen, te troosten, te knuffelen en rustig te krijgen en vervolgens op bed te leggen, dan om in het duister te tasten, wellicht de boot te missen en met een oververmoeide ongelukkige baby te zitten. Het is makkelijk om een uitgeruste baby te helpen met slapen dan om een oververmoeide, overactieve baby in slaap te krijgen. Let op: dit betekent niet dat je alles op de klok moet doen. Kijken naar je baby en luisteren naar je gevoel staan voorop. Maar soms is het lastig en dan kan een idee van gemiddelde tijden je houvast geven.4. Maak geen slechte gewoontes, maak wel goede slaapgewoontes
Natuurlijk vallen baby’s wel eens in slaap tijdens de voeding of vertrekken ze naar dromenland terwijl ze lekker bij je liggen. Daar is af en toe helemaal niets mis mee. Zeker niet als je baby geplaagd wordt door darmkrampjes, een verkoudheid of andere ellende. Gebeurt dit echter vaak, of iedere keer, dan heb je kans dat het een gewoonte wordt: ook ‘s nachts. Initieel kun je je baby gewoon lekker neerleggen, als hij bij je in slaap is gevallen. Op een gegeven moment gaat dat ook niet meer werken en springen de oogjes open nog voordat het bolletje het matrasje raakt. Dan ben je even bezig je baby weer in slaap te krijgen. Of je komt in een routine waarbij je baby eigenlijk alleen maar bij je slaap.
Daarom is het goed om te werken aan een vaste slaapplek met een mooie slaaproutine. Zonder dat dit dwingend is, want je baby moet zich wel lekker en geborgen voelen natuurlijk. Leg je baby wakker in zijn bedje als het tijd is om te slapen. Maak een leuke slaaproutine, bijvoorbeeld even knuffelen, muziekje aan, aai over het bolletje en dag zeggen. Maak deze routine niet te lang, anders ben je elk slaapje zo een half uur bezig. Word je baby weer echt wakker? Dan lekker uit bed halen. Met deze gewoonte wordt slapen een soort Pavlov-reactie: je baby weet wat de bedoeling is en dat het goed is. Het bedje is vertrouwd en als hij weer wakker wordt, ben jij er.5. In slaap vallen: je mag best helpen
Soms is het lastig voor je baby om in slaap te vallen. Zeker als je baby al een beetje ouder is. Je mag hem best helpen. Het is echt niet nodig je baby een half uur te laten huilen en zelf tenenkrommend vol spanning op de klok kijkend te wachten totdat hij slaapt. Liefdevol en consequent zijn, dat zijn de toverwoorden. Dus niet bij elke piep meteen kijken en ook niet kort na het neerleggen toch maar je baby weer eruit halen en het slaapje overslaan. Daarmee geef je hem namelijk ook een boodschap. Maak je baby rustig en doezelig voor het slapengaan, breng hem rustig naar bed. Gaat het niet, dan troosten en weer neerleggen. Het kan zijn dat het uiteindelijk niet lukt je baby te overtuigen dat het goed toeven is in dromenland. Waarschijnlijk is hij dan net te laat in bed gegaan en over zijn vermoeidheid heen. Leg hem dan de volgende keer eerder in bed.6. Laat je baby niet lang en diep slapen
Hoe lekker het ook lijkt, als je jonge baby (steeds) een gat in de dag slaapt, is het ook niet goed. Maak hem dan wakker. Niet alleen heeft je jonge baby toch op z’n minst elke drie uur zijn voeding nodig, als je baby heel lang en diep slaapt overdag, zal dat ten koste kunnen gaan van de nachtslaap. Ook is hele diepe slaap niet natuurlijk. Als je je baby wakker maakt, doe dit niet te abrupt. Haal gewoon het dekentje van hem af en laat hem zo langzaam uit zichzelf wakker worden. Dit geldt alleen als je baby echt lang slaapt en over zijn normale voedingstijd gaat. Het is uiteraard niet de bedoeling je baby te gaan wekken omdat het tijd is om erop uit te gaan, tenzij het niet anders kan.7. Dag- en nachtritme
Pasgeboren baby’s hebben nog een omgekeerd dag-nachtritme. Langzaam maar zeker beweegt dat naar een ritme waarbij je baby overdag vaker wakker is en ‘s nachts meer slaapt. Ook hier kun je je baby helpen. Houd het overdag wat actiever en lichter en ‘s nachts saai en donker. Wordt je baby ‘s nachts wakker voor de voeding? Dan geef je deze natuurlijk. Maar, gebruik een klein nachtlampje en ga niet uitgebreid kletsen met je baby. Overdag kun je meer geluid maken (het zogenaamde ‘white noise’ van bijvoorbeeld het heen-en-weer lopen, de stofzuiger e.a.) en iets meer licht in het kamertje toelaten. Als je baby dan wakker wordt, ben je natuurlijk blij en vrolijk.8. Inbakeren
Je baby inbakeren kan helpen om hem meer ‘normaal’ te laten slapen. Door de geborgenheid van een inbakerdoek slapen baby’s beter. Of beter gezegd: meer gemiddeld. Inbakeren is bedoeld voor baby’s die onrustig slapen of slecht slapen. Het is niet bedoeld voor baby’s die prima slapen en waarbij de ouders graag willen dat hij eerder doorslaapt of lekkere lange slaapjes doet. Zoals gezegd is dat niet de bedoeling en ook helemaal niet natuurlijk. Als je baby overdag echter helemaal niet meer of amper slaapt, dan is dat ook niet goed. Slaap is toch nodig! Soms maakt je baby zichzelf wakker door wapperende armpjes. Soms heeft hij moeite om in slaap te vallen of om langer dan een half uurtje te slapen. Dan kunnen inbakerdoeken helpen. Laat je goed adviseren, het is niet zo dat elk doek voor iedere baby werkt of geschikt is. Veel informatie hierover op Ikbenmama.nl of Onrustigebaby.nl.9. Baby’s ritme is leidend
Soms zijn baby’s onrustig omdat ze van hot naar haar worden gesleept of overal en nergens moeten slapen. Sommige baby’s kunnen hier prima tegen. Maar als jouw baby deze overkill aan prikkels niet helemaal weet te bolwerken (wat heel normaal is), houd het dan rustig. Laat, zeker de eerste drie maanden, je baby’s ritme leidend zijn: lekker thuis slapen, 1 of 2 keer per dag erop uit als je baby wakker is. Veel frisse lucht en alles in een duidelijke routine (zonder dat dit dwingend is). Het ritme van je baby kun je natuurlijk wel wat sturen, het is niet de bedoeling dat je een aan huis gekluisterde slaaf van je baby wordt. Een goede routine om aan te houden is ‘wakker worden – drinken – spelen – knuffelen – slapen’. Bij jonge baby’s duurt zo’n cyclus ongeveer 90 minuten. Met de voeding erbij, is het dus zo weer slaapjestijd. Dat geeft je wat minder ruimte om echt de deur uit te gaan. Maar dit gaat straks echt zijn vruchten afwerpen als je baby, dreumes, peuter, kleuter en kind zonder morren lekker slaapt en gaat slapen. Gebruik je gezonde verstand en je gevoel. Natuurlijk kun je ook best een keer naar de winkels gaan en je baby op de terugweg in slaap laten vallen in de kinderwagen. Zolang je baby maar niet elke keer op deze wijze in slaap wordt geholpen.10. Tips & Tricks
- Als je baby last heeft van opkomend zuur (reflux of spugen) of van darmkrampjes, dan kan het helpen het bedje wat schuin te zetten.
- Ga niet op je tenen door het huis lopen. Een beetje ‘white noise’ helpt baby’s juist om in slaap te vallen.
- Is je baby geen slaapkoning? Een draagzak of –doek kan uitkomst bieden. Gebruik het niet voor ieder slaapje, maar het helpt super om je onrustige baby weer rustig te krijgen of om je baby in ieder geval een slaapje te laten doen.
- Maak je de eerste weken niet te druk over slaapgewoontes, wat normaal is en hoe het zou moeten. Het zijn altijd chaotische weken die helemaal in het teken van je baby staan. Geef je hieraan over en laat iedereen gewoon even lekker wennen. Het is echt niet zo dat je baby ‘ineens’ ‘altijd’ slecht gaat slapen omdat je hem de eerste weken meer bij je houd. Geen zorgen.
- Slaaptraining is helemaal niet aan de orde in de eerste zes maanden. Goede gewoontes opbouwen wel. Kijk goed naar je baby, als het goed is vertelt hij je alles.
Meer weten?
In de volgende blogs meer over slaapgewoontes, de zin of onzin van een slaaptraining en baby’s in dromenland! Kun je niet wachten? In Baby in een ritme en Baby Reflux of darmkrampjes staan veel van deze slaaptips beschreven. Ook op de genoemde websites vind je veel informatie over slapen en andere onderwerpen.Stephanie Lampe
Stephanie Lampe is onrust- & slaapdeskundige en een mama op een missie, namelijk onnodige traantjes bij baby’s voorkomen. Dat doet ze onder meer via Stichting i.o Onrustige Baby en de webwinkel www.ikbenmama.nl, waarvan ze oprichtster is. Ze is auteur van Mama! alles over je eerste jaar als moeder (2006), Baby in een ritme, naar een regelmaat zonder huilen (2009) en Baby Reflux of darmkrampjes (2011). Ze is mama van Feem, Fien en Suus, drie dochtertjes die elk op een andere manier last hebben gehad van reflux. Meer over Stephanie ook op haar persoonlijke Blog.
.
-
Stephanie Lampe, onrust- & slaapdeskundige blogt voor babytjes.nl
Tweet
Geplaatst op 30 juni, 2011 Geen reactie
Stephanie Lampe is onrust- & slaapdeskundige en een mama op een missie, namelijk onnodige traantjes bij baby’s voorkomen. Dat doet ze onder meer via Stichting i.o Onrustige Baby en de webwinkel www.ikbenmama.nl, waarvan ze oprichtster is. Ze is auteur van Mama! alles over je eerste jaar als moeder (2006), Baby in een ritme, naar een regelmaat zonder huilen (2009) en Baby Refux of darmkrampjes (2011). Haar eerste boek, ‘De Impact van de IK-Cultuur’ (2003), schreef ze samen met Cor Molenaar en werd gekozen tot een van de beste managementboeken van dat jaar. Ze is mama van Feem, Fien en Suus, drie dochtertjes die elk op een andere manier last hebben gehad van reflux.



