Het gaat steeds beter met kinderen met een aangeboren hartafwijking

Veel kinderen met een aangeboren hartafwijking overleven een operatie en worden volwassen.

Daarmee wordt de vraag hoe hun hart zich na de operatie ontwikkelt steeds interessanter. Liselotte Klitsie promoveerde bij de afdeling Kindercardiologie van het LUMC op onderzoek naar de hartfunctie van kinderen tot een jaar na zo’n ingrijpende hartoperatie.

Naar de hartfunctie tien tot twintig jaar na een operatie van een aangeboren hartafwijking was al wel onderzoek gedaan. De functie van de ventrikels (de hartkamers) is dan vaak verminderd, vertelt Klitsie. “Sommige groepen patiënten behalen ook minder goede resultaten met inspanningstesten en hebben een grotere kans op het ontwikkelen van hartfalen.” Ook van kort voor en na de operaties zijn er gegevens. “Maar juist over de periode daartussen weten we niet veel. Daar wilden wij met dit onderzoek verandering in brengen.”

Beperking blijft

Klitsie bestudeerde hartecho’s van honderden kinderen. Ze vergeleek kinderen die geopereerd werden aan een aangeboren hartafwijking met een controlegroep. Wat bleek? Kinderen die geopereerd werden aan een ventrikelseptumdefect (een gat tussen de ventrikels) of aan een transpositie van de grote vaten (een afwijking waarbij de aansluiting van de longslagader en de lichaamsslagader verwisseld zijn) bleken ook een jaar na de operatie nog een beperking te hebben in de werking van het rechterventrikel. “Tijdens deze operaties moet een hart-longmachine worden ingezet, dat speelt mogelijk een rol”, zegt Klitsie. “Daar moet nog verder onderzoek naar worden gedaan.”

Blijven volgen

De kinderen met zo’n verminderde ventrikelfunctie hebben daar in het dagelijks leven geen last van; bij inspanningstesten scoren ze normaal. Klitsie: “ Van volwassenen weten we dat de veranderingen die we zien op hartecho’s een subtiele maat voor de hartfunctie zijn en voorspellende waarde kunnen hebben, maar bij kinderen is dit onderzoek nog in volle gang. Mijn aanbeveling is dan ook om deze kinderen over vijf en tien jaar nog een keer te zien. Ik ben heel benieuwd of die afwijking er dan nog is, en of we dit dan kunnen linken aan klinische veranderingen. Dan zou je aan deze metingen bij kinderen ook een voorspellende waarde kunnen toekennen.”

Beeldvorming

Klitsie maakt in haar proefschrift ook een vergelijking tussen verschillende echocardiografische beeldvormingstechnieken. “De laatste jaren zijn er een aantal nieuwe technieken geïntroduceerd. Ik heb de voor- en nadelen van een aantal van die nieuwe technieken bij kinderen beschreven. Dat is belangrijk, omdat een techniek die bij volwassenen goede resultaten geeft, dat niet per se bij kinderen ook hoeft te doen.”

Liselotte Klitsie promoveerde op 9 januari op haar proefschrift Tissue Doppler and speckle tracking strain echocardiography bij prof. Nico Blom met dr. Derk Jan ten Harkel als co-promotor van de afdeling Kindergeneeskunde.

 

Bron : LUMC

Deel dit bericht