Gewoon babyblues, of toch maar naar de dokter?

Het is niet niks, zo’n pasgeboren baby in huis.

Je hebt natuurlijk de uitzonderingen die binnen een week nachten van zeven uur gaan maken, maar voor de meeste ouders komt dat prettige gegeven toch pas op zijn vroegst rond een maand of twee en mogelijk zelfs pas maanden later. Vermoeidheid eist zijn tol en de vrouwelijke hormonen spelen een gek spelletje met je. Tjokvol van die dingen als je zwanger bent, waar je negen maanden over hebt mogen doen, vindt je lichaam het nodig om ze binnen een paar dagen naar het niveau van voor je zwangerschap te brengen. Combineer het met het overweldigende gevoel van verantwoordelijkheid en verandering dat zo’n hummeltje met zich mee brengt en het concept van babyblues klinkt zo gek niet meer.

Voor zover ik weet hebben alle vrouwen last van babyblues, die meestal een paar dagen na de bevalling begint (derde dag = kraamvrouwentranen) en binnen een week of wat weer over is. Je hebt huilbuien, weet niet goed wat je met jezelf aan moet en voelt je verward en onrustig. Ik weet niet precies hoe lang die babyblues hoort te duren, want bij mij ging hij niet over….

Laat ik één ding vooropstellen: ik heb geen postpartum depressie gehad (NB: vroeger heette het postnatale depressie, depressie na de geboorte, maar omdat dit impliceerde dat de baby depressief was, is het veranderd naar postpartum depressie, depressie na de bevalling). Volgens mijn huisarts was ik wel depressief, maar had ik geen depressie. Ik kwam nog uit bed, ik kleedde me aan en ik wenste niet dat mijn dochter er niet meer was. Ik geloof dat vrouwen met een postpartum depressie vaak visioenen krijgen van erge dingen die met hun kind gebeuren of die zij zelfs zelf doen met hun kind. Vaak zijn medicijnen nodig om uit een dergelijke depressie te komen. Die heb ik gelukkig nooit nodig gehad.

Maar het was wel een hele diepe dip, die eigenlijk geduurd heeft tot Lynn een maand of vijf, zes was. In de kraamtijd gaf ik nog borstvoeding, wat mij helemaal uitputte. Ik kreeg mijn eten niet meer weg, raakte steeds vermoeider en gaf vaak huilend borstvoeding. Na een borstontsteking besloot ik te stoppen met de borstvoeding, een beslissing die mij erg zwaar viel. Wat was ik voor moeder, als ik te zwak was om door te gaan met die borstvoeding? Als mensen op kraambezoek kwamen en vol bewondering naar de nieuwe baby keken, las ik in hun brede glimlach een verwachting van een gelukzalig gevoel dat ik niet voelde.

Na het stoppen met de borstvoeding, veel hulp van vriendinnen, mijn zus en mijn moeder (en mijn man natuurlijk), wachtte ik tot ik me beter ging voelen. Maar ik voelde me niet beter. Ik voelde me een slechte moeder, ik voelde me nog steeds schuldig vanwege het stoppen met de borstvoeding, ik voelde me schuldig dat ik me niet zo blij voelde als “moest”. Ik had het gevoel dat ik alles fout deed, ik vond het eng om ergens naar toe te gaan met Lynn, of een rondje te wandelen. Ik vond het zelfs eng om alleen te zijn met haar. Ik belde mijn moeder of ze koffie kwam drinken als mijn man ’s avonds weg moest of in bad ging. Tegelijkertijd was ik bang dat het mis was gegaan met de hechting tussen Lynn en mij. Mijn eerste moederdag, anderhalve maand na Lynn’s geboorte, was niet leuk voor mij. Ik had het gevoel dat ik geen aandacht en cadeautje verdiende omdat ik zo’n slechte moeder was.

Uiteindelijk heb ik besloten naar de huisarts te gaan. Babyblues hoorde volgens mij niet zo lang te duren. Bij de dokter moest ik huilen. Hij wist me een beetje gerust te stellen. De hechting ging heus niet mis als ik wat minder lekker in mijn vel zat en hij dacht dat mijn depressieve gevoelens vanzelf over zouden gaan. Toch heb ik ervoor gekozen een verwijzing naar een psycholoog aan te nemen. Ik had het gevoel, zelfs als ik niet het etiket ‘postpartum depressie’ kreeg, dat het toch een dip was waar ik moeilijk zelf uit kon komen.

Het is moeilijk om de stap naar de dokter te maken. Je wilt eigenlijk niet toegeven dat je het zo moeilijk hebt en vooral dat je niet zo blij bent met je nieuwe spruit als van je wordt verwacht. Maar uiteindelijk ben je het aan jezelf en aan je baby verplicht. Een gelukkige moeder is een betere moeder. Ik heb geen antwoorden over hoe je uit je dip moet krabbelen. Ik heb veel gehuild, veel gepraat over mijn angsten en zorgen en veel hulp gevraagd. Ik heb het gevoel dat ik nu bijna de moeder ben die ik verwacht had te zijn. Bijna, want mijn angsten en zorgen zijn nog steeds te groot en te vaak aanwezig. Het is alsof ik een programmeerfout heb opgelopen in die eerste periode, maar ik heb geen handleiding waarin staat hoe je die fout kunt overschrijven. Misschien blijft die fout wel altijd zitten? En hoe zal dat dan gaan bij een eventuele volgende baby? Zal ik weer instorten of zal het beter gaan? Ik weet het niet, de toekomst zal het leren.

Blog van Nieuwe Moeder Pauline www.nieuwemoeder.nl

Meer blogs over zwangerschap en moeders kun je vinden op de special over blogs op Babytjes.nl

Deel dit bericht